Productontwikkeling in een digitale wereld

Nieuw boek!

Het is zover, er is (weer) een nieuw boek verschenen:

Misschien wel degene waar ik tot nu toe het meest trots op ben. Mijn eerste boek, Rolling Thunder, had een leuk onderwerp maar was voor mij vooral een test om te kijken hoe dat zou gaan, een boek schrijven. De boekenreeks die ik maak rondom MCTL is feitelijk een afgeleide van alles wat op internet verschijnt rondom dit framework. Het boek was zojuist is gepubliceerd; “Productontwikkeling in een digitale wereld” heeft een onderwerp dat me het meest na aan het hart ligt.

Het boek gaat namelijk over computertechnologie: eruit halen wat erin zit. In de afgelopen tientallen jaren is er vooral hard gewerkt om IT draaiend te krijgen. De komende tijd wordt veel spannender: door nog eens goed over computertechnologie na te denken kunnen nieuwe producten en diensten worden gecreëerd. Kijk maar op internet, daar is dat al gaande. Of bestaande producten en diensten worden verbeterd, zoals bijv. Tesla doet met een auto die (al een beetje) zelf kan rijden. Er zijn talloze mogelijkheden te bedenken en dit boek is daarvoor een inspiratiebron. Het biedt daarnaast ook houvast; je kunt immers in het wildeweg acties gaan uitvoeren, maar hoe weet je nu of je niet heel veel kansen mist? Door een systematische aanpak, waarvan er in het boek vier verschillende zijn beschreven, worden alle mogelijkheden van computertechnologie beschouwd. De uitdaging blijft natuurlijk om dat te vertalen naar concrete producten en/of diensten. Ik hoop in ieder geval dat iedereen die dit boek leest geïnspireerd raakt om nog eens heel goed naar de producten en diensten van het eigen bedrijf te kijken en waar mogelijk meer gaat doen met computertechnologie.

Kopen? Dat kan natuurlijk via Bol.com etc., maar ook rechtstreeks via: https://www.mijnmanagementboek.nl/books/134884/.

Autoverhuur a la 1986

Afgelopen zaterdag hadden we een busje nodig om wat spullen te verhuizen. Vooraf hadden we het, zoals dat in 2018 gaat, geregeld via internet. De site was gebruikersvriendelijk en met niet veel moeite was de gewenste bus bij elkaar geklikt en de administratie geregeld. Dachten we.

Op de grote dag, gisteren dus, togen wij vol goede moed naar de plek waar de bus al op ons zou staan te wachten. Aan de balie was één klant voor ons, dus het zou niet al te lang duren voordat wij met bus en al op pad waren, zo was ons idee. Helaas was het bedrijf, werkelijk een grote naam op het gebied van verhuur, en kennelijk ook heel succesvolle, administratief in de jaren 80 van de vorige eeuw blijven steken. Het zoeken naar de juiste sleutels, het nogmaals intypen van gegevens, het controleren van de auto…het ging allemaal precies zoals bij mijn eerste verhuizing. Lang geleden. Heel lang geleden. En dat is dus geen compliment. Het alleraardigste moment aan de balie, we hadden immers alle tijd om alles goed in ons op te nemen, was toen de printer aan het werk ging. Uit een hoek steeg een geratel op dat ik nog herkende van 1986. Een kleine printer ratelde vrolijk lettertjes op kettingpapier met twee doorslagvelletjes. Ik vroeg me meteen af hoeveel mensen die laatste term eigenlijk nog kennen. De baliemedewerker scheurde na het printen voor onze neus de randen van het papier af en gaf ons een van de gekleurde exemplaren.

Nu ben ik er bepaald geen voorstander van nieuwe technologie meteen maar te gaan inzetten ter vervanging van iets wat goed werkt. Maar dit was toch wel het andere uiterste. Ik heb het niet precies bijgehouden, maar ik denk dat voor deze simpele verhuur ergens tussen de 10 en 15 minuten gewerkt moest worden om alle administratie op orde te krijgen. En dat is toch wel mijn punt als ik er op terugkijk; met computertechnologie kun je echt niet alles in het leven verbeteren of makkelijker maken. Maar dit wel. Ik ben dus nu al benieuwd hoe het de volgende keer zal gaan.

Wandelen 2018

Het weer leent zich er nu nog niet direct voor, maar het duurt niet lang meer of het seizoen voor nieuwe wandeltochten begint. Ik heb er zin in. Vroeger had ik een enorme hekel aan wandelen, met name omdat het zo langzaam gaat. Maar ik ben er achter gekomen dat wandelen juist een heel aangenaam tempo heeft. Je hebt de tijd om de hele omgeving te scannen zonder dat je bang hoeft te zijn van de weg af te raken met fiets of auto. Bovendien gaat het veel minder langzaam dan ik ooit dacht. Als je in de verte een kerktoren ziet, dan sta je er binnen een halfuur naast. Nog beter dan een kerktoren vind ik het als een parasol met bijbehorend terras in zicht komt. Daar ben je gek genoeg nog sneller.

Dit jaar gaan we in ieder geval aan het eind van de zomer een paar weken wandelen in Spaans Baskenland, bij de Picos de Europa. De naam doet vermoeden dat dit de hoogste bergen van Europa zijn, maar dat is niet het geval. Behoorlijk ruig is het er wel. Wij gaan er een meerdaagse trektocht doen en daarnaast een aantal dagwandelingen. Ook in Nederland zullen we de nodige wandelingen maken. Zo moeten, na 20 jaar, de laatste paar stukken Pieterpad maar eens worden gedaan. Of, op verzoek van onze dochter, af en toe eens een weekend in Twente, de Achterhoek of Limburg worden gepland. Met andere woorden, of we maar willen ophoepelen.

We zullen zien waar we allemaal terecht komen, maar de benen en schoenen hebben er in ieder geval zin in.

 

De magische voordeur

Mensen gebruiken privé tegenwoordig de meest uiteenlopende IT. Op een smartphone of tablet worden moeiteloos mooie vakantiereizen geboekt, in het café rekeningen gedeeld, maaltijden besteld, online tips gedeeld en wat al niet meer. Ook updates van apps worden zonder problemen geïnstalleerd en daarna gebruikt. Om maar niet te spreken over de digitale tv, sonos/jbl luidsprekers en het via een mobiel aansturen van verwarming en licht.

Maar dan. Dan wordt het maandagochtend en gaan diezelfde mensen naar hun werk. Ze lopen door de magische voordeur en dan… dan hangen ze de rest van de dag aan het functionele infuus. Op een of andere wijze worden de computervaardigheden bij de voordeur vakkundig gestript. Met twee digitale linkerhanden vervolgen zij daarna hun weg naar de werkplek. Key-users en functioneel beheerders in een bedrijf kunnen er van meepraten; de kleinste dingen zoals een onverwacht knopje op een scherm vormen opeens de grootste obstakels. Ik maak veel functioneel beheerders mee die met gemak tientallen procenten van hun tijd kwijt zijn aan dit soort eenvoudige support. Iedereen zegt dat het verhogen van de “zelfredzaamheid” van de gebruikers voor de toekomst een speerpunt is. Maar volgens mij is die toekomst allang begonnen.

En dan kom ik op mijn gedachte op een onverwacht koude zaterdagmiddag: Wanneer zullen we als functioneel beheerders in de situatie komen dat we gebruik gaan maken van de toch echt hoge computervaardigheden van veel mensen? Wat doen wij functioneel nog niet goed genoeg?

Ik denk in ieder geval dat een deel van de oplossing in de gebruikte systemen ligt. Sommige bedrijfssystemen zijn dusdanig droevig van opzet dat een beetje normaal mens de weg wel kwijt moet raken. Het lijkt soms wel boosaardige opzet. Maar bestaan toch zeker ook systemen die best goed functioneren. En dan denk ik stiekem wel eens; was er maar niet zoveel hulp beschikbaar. Want het is natuurlijk wel makkelijk, meteen kunnen bellen, mailen of Whatsappen om a-la-minute hulp te krijgen. Hoef je niet zelf de moeite te doen. Dat zou ervoor pleiten dat key-users en functioneel beheerders wat minder hulpvaardig zouden moeten zijn. En dat stuit me dan ook wel weer tegen de borst, want daar zijn ze nu juist onder andere ook voor. Wat is wijsheid? Of is het gewoon wachten tot de huidige tieners en twintigers massaal op de werkvloer verschijnen. Zij hebben structureel een veel minder grote hulpvraag, en zo zou het door de tijd eenvoudig worden opgelost. Zou het?

Je bent wie je bent, toch?

De afgelopen weken was het onderwerp orgaantransplantatie veel in het nieuws. Niet ten onrechte, het is tenslotte een belangrijk maar ook wel enigszins beladen onderwerp. Ik ben al jaren orgaandonor, en dat vind ik heel normaal. Maar ik kan me ook goed voorstellen dat iemand redenen heeft om geen donor te willen zijn. Even goede vrienden. En mocht juist zo iemand toch een orgaan nodig zou hebben dan kunnen ze dat ook van mij krijgen. Na mijn eigen dood dan wel.

Bij die hele discussie had ik eigenlijk heel andere gedachten die mij meer bezighouden. En dat komt door de vraag: Wat maakt je wie je bent?

Een gedachtenexperiment om mee te beginnen. Stel dat je een niertransplantatie ondergaat. Dan ligt het voor de hand om toch nog steeds te denken dat je dezelfde persoon bent gebleven. Maar vervolgens worden je hart, een deel van je huid…en ga zo maar door getransplanteerd. Uiteindelijk is alles van je lichaam voor 100% getransplanteerd. Ben je dan nog steeds die oorspronkelijke persoon? En zo nee, wanneer is dan het moment dat je die oorspronkelijke persoon niet meer bent? Is dat plotsklaps, op een moment, of gaat dat geleidelijk? Of ligt het aan een orgaan, bijvoorbeeld je hersenen? Als die worden getransplanteerd (zodra dat mogelijk wordt natuurlijk), ben je op dat moment een ander persoon geworden? En wie dan? Degene van wie de hersenen oorspronkelijk waren?

Het is natuurlijk maar een gedachte, op dit moment. Maar de tijd is niet ver meer dat we heel veel onderdelen van ons lichaam kunnen transplanteren. En erger nog, dat de nieuwe onderdelen niet uit een ander mens komen, maar uit een machine. Daarover doordenken geeft helemaal een ingewikkeld beeld. En dan zijn er ook nog eens mensen die de mening zijn toegedaan dat ergens ook nog een ziel aanwezig is. Ik zou maar oppassen met al dat transplanteren..

Hypnotiserend

Ik ben muzikaal (letterlijk) groot gegroeid in de jaren 70-80. Hardrock, glamour rock, ska, new wave, punk…er was genoeg te kiezen. Ik vond veel verschillende stromingen leuk, maar new wave het meest aansprekend. Dat is mijn hele leven bijgebleven. Grappig genoeg spreekt daardoor hedendaagse muziek van bijv. Editors ook aan.

Als ik terugdenk aan die jaren was, na Talking Heads, waar ik het meest fan  van was, New Order een goede tweede. Een minder bekend nummer van die band is “World In Motion”.

Gemaakt om het Engelse elftal aan te moedigen. Vraag me niet welk kampioenschap of welk jaar. Dit nummer heb ik inmiddels eindeloos veel gedraaid. Ooit had ik eens, als experiment, twee huiskamerboxen dicht bij elkaar gezet, vervolgens naar elkaar toe gedraaid, versterker op 10, hoofd ertussen en juist dat nummer een dik uur in replay modus achter elkaar gedraaid. Het ritme van het nummer komt dan, voor je gevoel althans, niet meer via je oren maar rechtstreeks via je schedel binnen. Dat ik er geen permanente gehoorschade aan over heb gehouden is nog steeds een raadsel. Maar het was…hypnotiserend. Na een uur wilde ik eigenlijk nog langer, heel veel langer, door. De tijd was op, anders…

Ik vind het nog steeds een bijzonder effect dat sommige muziek op je kan hebben. Hypnotiserend. Veruit de meeste muziek is behang, of aardig, of afschuwelijk, of… Maar soms, heel soms, heb je een nummer dat rechtstreeks binnenkomt. Zelfs na zoveel jaar nog.

Ik heb begrepen dat ze in sommige verzorgingshuizen expres de huiskamer zo inrichten zoals de bewoners dat in hun jeugd gewend waren. Met Alzheimer schijn je steeds verder terug in de tijd te moeten gaan om een punt van herkenning te creëren. Op dit moment dus een inrichting uit de jaren 60. Mocht ik ooit in zo’n tehuis terecht komen dan hoop ik dat er een flinke geluidsinstallatie staat. Wat mij betreft draaien ze dan elke dag “World In Motion”. De rest van de wereld is dit nummer dan vast allang vergeten. Maar als ik eenmaal in zo’n tehuis verblijf, ben ik juist andersom de rest van de wereld vergeten. Het lijkt me een perfecte match.

Colombia

Het is januari en in Nederland is het koud. Wij zitten hier in t-shirt en korte broek op een terras met uitzicht op Salento. Een dorp een paar honderd kilometer ten zuiden van Medellín. Van Salento had u waarschijnlijk nog nooit gehoord, maar bij Medellin gaat vast een belletje rinkelen. Colombia dus. En u begrijpt, we zijn bezig met mijn favoriete tijdverdrijf: vakantie. We zijn inmiddels anderhalve week in Colombia en hebben nog bijna twee weken te gaan.

Palmen in de buurt van Salento

Tot nu toe bevalt het land buitengewoon. U kunt zich de reacties voorstellen van familie en vrienden, maar wij hebben een buitengewoon relaxed gevoel hier, ook ’s avonds. Natuurlijk moet je, net als op de meeste andere plaatsen in deze wereld, wel een beetje opletten. Maar de mensen zijn buitengewoon vriendelijk en behulpzaam. Al is dat laatste vaak wel in het Spaans en dat is voor ons nog wel een opgave. We komen veel andere stellen en alleengaanden tegen, dus we voelen ons bepaald niet uitzonderlijk. Wat vooral aardig is; ook Colombianen zelf zijn op dit moment massaal op reis in eigen land. Het is ook voor hen vakantietijd, en na heel wat jaren van treurnis genieten zij zo te zien met volle teugen van de hernieuwde veiligheid.

Ik meet de toestand van een land wel eens af aan de manier waarop mensen in het verkeer met elkaar omgaan. Eerlijk gezegd had ik vooraf daarvan geen hoge verwachtingen, maar ik moet zeggen…het valt me mee. Met name voetgangers moeten het in veel landen ontgelden, maar het komt hier toch zeker wel een paar keer per dag voor dat auto’s inhouden als je wilt oversteken. Het klinkt misschien niet al te hoog gegrepen, maar vooralsnog vind ik het beter dan het wereldgemiddelde. Ook in de bus, taxi, collectivos en de jeeps waarvan we gebruik maken krijg je niet elke minuut het gevoel dat je einde nabij is. Hoewel er wel opvallend veel aan willekeurige kant en in welke bocht ook wordt ingehaald. Enige echt opvallende is dat de grote hoeveelheid verkeersborden toch op zijn best als suggesties worden opgevat en waarschijnlijk meer als decoratie worden gezien. Zo zijn er eindeloos veel borden te vinden die een maximumsnelheid van 30 of 40 km/u aangeven, maar doorrijden met 80 of 100 km/u, dus zonder remmen, is zonder blikken of blozen de norm.

Transport…

Ook de grote hoeveelheid politie en controleposten bemand door fors bewapende militairen zijn voor ons als gemiddelde Nederlander wel wat ongewoon. Waarschijnlijk nog te wijten aan vroeger tijden. De enige keer tot nu toe dat ons busje werd aangehouden en we aan de blik van de agent al zagen dat er niets klopte van de administratie, mochten we toch binnen enkele tientallen seconden doorrijden.

Het meest bijzondere landschap tot nu toe is de Tatacoa woestijn. Hoewel het eigenlijk geen woestijn mag heten omdat het er daarvoor veel te veel regent. En juist die combinatie, de regen, zorgt voor een heel vreemd geërodeerd landschap, waar je (voor hoelang nog) gewoon doorheen mag wandelen:

Tatacoa Desert

Genoeg over Colombia, de mensen en de natuur hier. Wij gaan verder met onze reis, morgen naar Medellín. En daarna nog verder naar het noorden, tot aan de kust. Voor we het weten is de vakantie alweer voorbij vrezen we. Maar ondertussen genieten we met volle teugen.

In een mensenleven…

We zijn bezig na te denken over een ander huis. Niet meteen, maar over enige jaren wellicht. Net als het huidige huis waarin we wonen, proberen we het zelf te bedenken en met een architect en aannemer te gaan realiseren. Geheel in de geest van de huidige tijd denken we zeker na over energiebesparing en het voorkomen van het gebruik van fossiele brandstoffen; aardgas dus.

Ik moest bij aardgas terugdenken aan mijn jeugd. Ik ben opgegroeid in Reeuwijk, een dorpje vlakbij Gouda. En in mijn vroege jeugd werd het aardgasveld in Slochteren ontdekt. Na enige jaren waren de leidingen gevorderd tot in onze buurt, want de aanleg duurde natuurlijk even:

In eerste instantie eindigden de aardgasleidingen een kilometer of vier van ons huis omdat wij in een onrendabele kern bleken te wonen. De aanleg van de leidingen zou niet terugverdiend kunnen worden. Enige jaren later werd alsnog de gasleiding aangelegd en kon de plaatselijke kolenboer met vervroegd pensioen.

Grappig genoeg maak je dus in een mensenleven mee dat het aardgas komt, en dat het ook weer verdwijnt. Als je maar lang genoeg leeft natuurlijk. En zo is het met veel zaken in een mensenleven; de stand van zaken op het moment dat je geboren wordt is heel anders als het moment dat je je ogen voor het laatst sluit. Grappig om die twee eens met elkaar te vergelijken. Want ook op het gebied van voedsel, communicatie, vakantie, werk, … er verandert zoveel in maar een jaar of 50, 60 of 80 tijd. Gelukkig maar overigens, want het leven zou anders wel heel veel herhaling bevatten. De laatste gedachte die mij op dit moment bekruipt is dat je je eigen rol in al die veranderingen moet zien te claimen. Wat draag je zelf bij in de periode dat je op de aarde rondloopt? Kun je dat overigens wel sturen, of lopen de meeste dingen gewoon zoals ze lopen? En hoe zorg je ervoor dat je niet gefrustreerd raakt over de dingen die je niet voor elkaar krijgt? Op veel terreinen gaan we vooruit, maar als ik kijk naar politiek en samenleving in de afgelopen twintig jaar heb ik daar toch niet zo’n goed gevoel over. Je zou je er bijna ook mee gaan bemoeien. Maar of dat gaat helpen…

Huisregels

Huisregels geven vaak regels die je met gezond verstand ook zou kunnen verzinnen. Onderstaande vond ik bij een organisatie die vaccinaties thuis verzorgt. Op zichzelf een heel goed idee. En de kosten? Die zijn vergelijkbaar met de GGD. Als een arts op huisbezoek komt is het nog niet zo gek dat zij wel haar werk moet kunnen doen. En veilig. Maar bij onderstaande huisregels vroeg ik me af wat iemand in zijn hoofd had bij het opstellen ervan: 

  • Het is verboden de arts met slag-, steek- of vuurwapens te ontvangen.
  • Het is niet toegestaan om tijdens het consult te roken, alcoholische drank te nuttigen of verdovende middelen te gebruiken.
  • Klanten onder invloed van alcohol en drugs worden niet door de arts geholpen.
  • Schreeuwen, schelden en het uiten van discriminerende of bedreigende taal wordt niet getolereerd.
  • Het is verboden om voorwerpen te gooien of vernielingen aan te richten
  • Schade aan goederen van de medewerker, xxx en derde partijen wordt altijd verhaald.
  • Klanten dienen bij het bezoek van de arts voldoende/ gepast gekleed te zijn.
  • De ruimte waarin gevaccineerd wordt, dient rustig te zijn.
  • Eventueel loslopende huisdieren dienen op verzoek van de arts te worden verwijderd.

En het probleem is natuurlijk: wat te doen als iemand een python los in zijn huiskamer heeft? Of handgranaten uit de Tweede Wereldoorlog verzameld en op de tafel heeft liggen? Of niet te weinig, maar juist heel veel kleding aan heeft en vervolgens uit religieuze of andere overtuigingen niets uit wil doen? Of…

Een roemrucht voorbeeld uit het verleden geeft het probleem ook nog eens mooi aan. Bij de slager hangt een bord: “Verboden voor honden en katten”. Mag je dan wel met een rat op je schouder naar binnen? De lijst met verboden wordt al snel eindeloos lang. Terwijl de bedoeling van de slager is: ‘mensen naar binnen, (huis)dieren niet’.

Slimmer is om niet aan te geven wat allemaal niet de bedoeling is, maar wat wél. Uiteindelijk vermoed ik dat we met een portie gezond verstand het verst komen. Want stel dat u bij iemand aan de deur komt om iets te doen. De deur zwaait open en het eerste wat u ziet is een Kalasjnikov. Gaat u dan werkelijk verwijzen naar de huisregels voordat u rechtsomkeert maakt?

 

 

Enerverende tijden

Nogal wat mensen vinden dat we in een enerverende tijd leven. Een tijd van grote, snelle veranderingen. Met name computers, niet geheel toevallig het gebied waar ik mijn werk in vind, spelen daar een belangrijke rol in. En inderdaad, als je kijkt naar een eenvoudig filmpje over een computer in de jaren 70 dan valt op hoeveel er sindsdien is veranderd:

Als u nu denkt, 1970, wat was dat ook alweer voor jaar? Wel, in dat jaar was bijvoorbeeld de Boeing 747 al een vrij gewoon vliegtuig:

Computers zijn in de afgelopen tientallen jaren overal in doorgedrongen: in fabrieken en huiskamers, in tassen van scholieren en in heel, veel andere apparaten. Het eind is nog lang niet in zicht. Er zijn wel geluiden, en dat kan ik vanuit mijn vakgebied wel ondersteunen, dat de grootste veranderingen nog moeten komen.

Toch bekruipt me het gevoel dat de veranderingen van de afgelopen decennia toch echt niet de grootste zijn die ooit hebben plaatsgevonden. Zo was er ruim een eeuw geleden een tijdperk dat auto’s in het straatbeeld verschenen en de eerste vliegtuigen succesvol het luchtruim kozen. Of nog even langer geleden, de komst van elektriciteit voor praktische toepassing. Of, alweer een paar eeuwen geleden inmiddels, de komst van de stoommachine en daarmee ook grootschalige bedrijven en wereldwijde handel op een schaal die vele malen groter was dan daarvoor.

Het zet de tijd waarin we nu leven in perspectief. Wat voor verandering zou in de komende decennia bepalend kunnen zijn? Zelf vind ik AI, artificial intelligence, een grote kanshebber. Het jaagt veel mensen schrik aan, dat we over niet al te lange tijd waarschijnlijk apparaten hebben die “intelligenter” zijn dan wij. Maar is dat de eerste vorm van intelligentie die ons overstijgt? Op dit moment ligt onze kat heerlijk op een kussen naast mijn laptop te slapen. Waarschijnlijk denkend aan morgen, wanneer ik erop uit ga om nieuw geld te verdienen om kattenblikjes en brokjes te kopen. Dat op verzoek van meneer morgenmiddag tijdig in de bakjes wordt geserveerd. Een aai erbij? Wat meneer maar wil. En als ik zo die snoet eens zie, dan denk ik wel eens; wie is hier nu de slimste in huis?

Terug naar AI. Intelligentie op zichzelf is natuurlijk niet genoeg. Gecombineerd met een apparaat dat die intelligentie kan benutten zoals in een robot, kan het hard een onvoorspelbare kant op gaan. Zeker als de intelligentie zichzelf kan reproduceren en verbeteren. Sneller en beter dan een mens het kan. De wereld zal gewoon blijven draaien, daar ben ik wel van overtuigd. Maar de rol van de mens op die aarde wordt dan wel ongewis. Het is niet voor niets dat er echt, serieus voor wordt gewaarschuwd. Helaas blijkt uit het verleden dat alle technologie die de mens tot op heden heeft bedacht, hoe destructief ook, altijd is toegepast. Dat geeft niet veel hoop. Vooralsnog zie ik meer de positieve kant; als er “iets” komt dat beter is, waarom zouden we dat dan laten? Ik weet niet hoe het met u is, maar ik ben toch vooral nieuwsgierig naar de komende jaren.