Bevroren koeien

Alweer een dik half jaar geleden waren we aan de wandel. Nu doen we dat vaker. In dit geval was het op vakantie in Colombia, in de jungle, bij een temperatuur van ruim boven de 30 graden en een de luchtvochtigheid die voelde als boven de 100%. Maar we hadden een internationaal gezelschap en veel plezier.

Zo was een echtpaar dat de trektocht ook tot een goed einde trachtte te brengen afkomstig uit Saskatchewan. U zult misschien zeggen, eh…nog nooit van gehoord. Wel, het is een provincie in Canada met een bescheiden 1 miljoen inwoners. In oppervlak groter dan Frankrijk.

Maar goed, we raakten zo gaandeweg de vier dagen van de trektocht af en toe aan de praat en het bleken van beroep veeboeren te zijn. Dat was een aardig gespreksonderwerp, want terwijl wij in Colombia dus in die dik 30 graden verbleven, was de temperatuur in Saskatchewan op dat moment het omgekeerde: -30 graden. De stoere koeien daar, die bleven echter gewoon buiten. Ik zat te fantaseren dat ze aan het eind van hun leven zo de diepvriezer in konden lopen. En hoe het met het melken ging, daar hebben we het eigenlijk helemaal niet over gehad. Wat die Canadese boer dan wel weer aardig vond om te horen is dat in Nederland de koeien bij 5 graden op een holletje naar de stal gaan. Om daar te blijven tot in mei het zonnetje weer lekker schijnt.

Saskatchewan, misschien gaan we er nog wel eens heen. Maar weet u waarom ik opeens weer moest denken aan bovenstaande? Dat komt omdat ik op YouTube bij toeval op onderstaande terecht kwam:

Ook afkomstig uit Saskatchewan. Veel plezier!

Als je blijft doen wat je altijd hebt gedaan, blijf je krijgen wat je altijd hebt gekregen

Deze week kwam ik het op LinkedIn weer tegen. Deze, inmiddels ietwat belegen, uitspraak:

“Als je blijft doen wat je altijd hebt gedaan, blijf je krijgen wat je altijd hebt gekregen”

Mijn aloude kriebel speelde weer op: ‘Is dat nu wel zo’? En al snel wist ik twee situaties te verzinnen waarin deze uitspraak in ieder geval niet opgaat:

  1. Ik woon in een landelijk gebied met boeren en landbouwers. Naast weilanden vol met tevreden herkauwende koeien zijn er dus ook genoeg velden vol met opgroeiende aardappelen en mais te vinden. Maar als je jaar in jaar uit op hetzelfde veld aardappelen verbouwt, dan zal je na enige jaren zeker niet meer krijgen wat je de eerste jaren hebt gekregen.
  2. Een schrijver schrijft jaar in jaar uit boeken. Elke keer een ander thema, maar wel in dezelfde stijl, zelfde omvang….en elk jaar met hetzelfde magere resultaat. Tot in het elfde jaar…een boek een bestseller wordt. En de schrijver vraagt zich af; ben ik nu gek?

Met andere woorden, als je hetzelfde blijft doen, dan hoeft het resultaat helemaal niet hetzelfde te zijn. Dat hangt uiteindelijk ook af van de andere factoren die dat resultaat beïnvloeden. Toch gebruik ik de uitdrukking zelf ook wel eens. Om aan te geven dat er soms echt iets anders moet. Omdat je een ander resultaat wilt. En als zo’n uitspraak dan helpt om mensen de ogen te openen…

Stilstaan is verdwijnen

Ik las een artikeltje dat mij behoorlijk tegen de haren instreek. Het ging over de noodzaak voor bedrijven om verder en sneller te digitaliseren.

Laat ik met een positief onderdeel uit het artikel beginnen. Er wordt op gewezen dat bedrijven die inmiddels al een jaar of 20 bezig zijn met technologie, nog steeds geen voorsprong hoeven te hebben. Dat is waar. Er zijn genoeg bedrijven die erg achteroverleunen en daardoor de kans lopen links en rechts te worden ingehaald. Dat is altijd zo geweest, en zal in de toekomst niet anders zijn. Op dit moment moet je inderdaad computertechnologie zeker in de gaten houden (maar niet als enige, denk ook eens aan de ontwikkelingen op biologisch gebied, in de gezondheidszorg).

Verder moet ik eerlijk zeggen dat ik langzamerhand wel een beetje kriegelig wordt van dit soort artikelen. Ten eerste is er een sterk onderscheid te maken tussen digitalisering (het in digitale vorm gieten van iets, zoals bijvoorbeeld een factuur) en automatisering (het vervangen van menselijk handelen door machines). Digitalisering op zichzelf geeft in de praktijk nauwelijks tot geen winst. Automatisering wel. Die twee totaal verschillende termen worden vaak op een hoop gegooid met als resultaat: geen focus.

Verder komen altijd dezelfde namen: Facebook, Google, AirBvB etc. voorbij. Natuurlijk zijn dat grote successen. Maar hoeveel werkgelegenheid brengen al die bedrijven samen in de wereld voort? Dat stelt helemaal, maar dan ook helemaal niets voor. En ze zijn ook alleen heel sterk op een heel specifiek segment; digitale producten en diensten. Stel dat Google zou willen concurreren met Nederlandse banketbakkers. Dus Google gaat lekkere taarten maken en bezorgen. Dan wordt het een heel ander verhaal. Of Google gaat fietsbanden plakken. Of Google gaat huizen metselen. Of aardappelen verbouwen. Met andere woorden, in de fysieke wereld, de wereld waarin wij leven en die van het allergrootste belang is, hebben die bedrijven helemaal geen rol. Ja, natuurlijk kun je iets digitaals toevoegen aan fysieke producten, of je kunt iets doen aan marketing of het afhandelen van de betaling. Spannend. Maar de kern, het fysieke product zelf? Ik zie het niet. En laten we dat niet vergeten.

Tot slot, om over na te denken: Stel dat een bedrijf al een dikke 20 jaar bestaat. Dan wordt al snel gezegd: dat bedrijf zit in de gevarenzone. Ik denk meteen aan Google (opgericht 1997). Of, nog veel erger, een bedrijf bestaat inmiddels een dikke 40 jaar. Ten dode opgeschreven natuurlijk, zo’n bedrijf. Ik denk aan Apple (opgericht in 1976).

Let wel, ik ben een techno-optimist. Ik geloof in computertechnologie en de zegeningen ervan. Maar die technologie draait ons niet dol. Dat zijn de mensen die elke keer weer spookverhalen ophangen over de effecten van computertechnologie.

Het goede en het juiste

Het is alweer jaren geleden. Onze dochter was een jaar of 10. Zoals dat wel eens gaat kwam het gesprek op “later”.

‘Wat wil je later worden? ‘ vroeg ik belangstellend en ik realiseerde me dat waarschijnlijk al miljoenen ouders dat aan hun kind hadden gevraagd.

‘Iets met dieren,’ rolde er direct op besliste toon uit.

‘Ah, ‘ zei ik. ‘Wordt slager.’ Ik moet zeggen, het floepte er zomaar uit, maar u kunt zich de reactie van mijn dochter voorstellen.

Nu ik er zo eens op terugkijk: het was beslist een goed antwoord. Maar of het ook het juiste was…

Is internet stuk?

Afgelopen zondag was Marleen Stikker te gast in Zomergasten. Het bleek geen kijkcijferkanon, maar ik vond het een interessante uitzending. Met name haar verfrissende en heldere kijk op de wereld vond ik heel plezierig. Zoals bijvoorbeeld het onderscheid dat ze maakte tussen werkelijkheidmensen en mogelijkheidsmensen. Bovendien waren er verrassende filmfragmenten te zien en dat is zeker een belangrijk ingrediënt voor een interessante uitzending van Zomergasten.

Aan de andere kant hoorde ik de hele uitzending wel iemand die met zoveel woorden zei dat “internet vroeger beter was”. In de jaren 90 van de vorige eeuw werd internet namelijk bevolkt door heel veel goed-mensen. Je kon zonder firewalls, virusscanners en, tegenwoordig ondenkbaar, zonder vrees je computer koppelen aan internet. Reclame was afwezig, met andere woorden, Utopia lag onder handbereik. Ik had in die tijd ook al een internetverbinding en op 1 september 1996 ging mijn eerste eigen website de digitale lucht in. Stelde niets voor, maar het was wel een van de zeer weinige in Nederland op dat moment. Het was een heerlijke tijd, de positiviteit spatte er vanaf.

Toch heb ik in die tijd al eens ergens geschreven dat internet op termijn zou gaan lijken op de werkelijke wereld. Inclusief al haar lelijkheid. Nu doe ik wel eens vaker voorspellingen, en die komen (gelukkig) lang niet altijd uit. Maar deze is maar al te waar gebleken. Wat Marleen Stikker eigenlijk wenste is dat internet weer in handen moet komen van collectieven, van burgers en een beetje overheid als toetje erbij. Tenminste, ze was opvallend positief over het model in Barcelona, waar de politiek zich intensief schijnt te bemoeien met technologie.

Als ik kijk naar internet dan zie ik de macht van grote bedrijven. “The winner takes it all” blijkt op internet maar al te waar. Facebook, Google, Airbnb, ga zo maar door. Maar wat is er feitelijk aan de hand? Laten we eens de boeman van dit moment nemen: Facebook. Ik zit niet op Facebook, maar ik ben ook niet erg anti. Gezien het gebruik van Facebook zijn er kennelijk veel mensen die deze app waarderen. Maar privacy dan?, hoor ik u zeggen. Tja. Facebook verzamelt heel veel data over iedere gebruiker. Maar waarom eigenlijk? Als je daar over nadenkt is de conclusie doodsimpel. Facebook doet al die moeite uitsluitend…om geld te verdienen. Want hoe meer data, hoe beter de reclame die ze op je af kunnen vuren. Niets meer, niets minder. En zo doen al die bedrijven dat. Simpel, geld verdienen. Zodra ze morgen geen geld meer op die manier binnen zouden kunnen hengelen, zouden ze a la minute alle servers met al die data uitzetten. Scheelt een hoop kosten.

Vergelijk dat laatste nu eens met het handelen van veel overheden over de hele wereld. Steeds meer geluiden gaan op om internet te controleren, op te schonen van bepaalde inhoud die illegaal, voor sommigen beledigend, schokkend, ongeschikt of wat dan ook is. Of om in sommige landen inhoud te verwijderen die de overheid zelf niet zo goed uitkomt. En voor dat laatste hoef je echt niet naar heel obscure landen te kijken. Steeds meer stabiele landen met een functionerende democratie, die toch wel een stootje kunnen hebben zou je zeggen, nemen maatregelen die de roemruchte vrijheid van meningsuiting, die juist door internet een grote vlucht heeft genomen, flink kunnen bedreigen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik minder moeite heb met een bedrijf dat data van mij wil vergaren met als enkel doel geld te verdienen, dan met een overheid die er notabene voor ons is maar toch langzamerhand grip op internet probeert te krijgen. Terwijl ik toch echt een grote voorstander ben van een goed functionerende, sterke overheid. Maar op dit vlak… het helt mij net iets teveel de verkeerde kant op.

Laat ik eindigen met een van de verworvenheden van internet. Gewoon, mijn ervaring van vandaag. Ik was een beetje aan het rondstruinen op YouTube en vond:

Had ik zonder internet nooit gevonden. Dus bij deze: Internet kan nog veel beter. Maar het is zeker niet stuk.

Waterverbruik of -gebruik?

Vandaag is de ena laatste warme dag. Voorlopig. En ondertussen is de hele wereld behoorlijk geel geworden. Watergebrek speelt de natuur behoorlijk parten en de reactie van veel planten en bomen is om er voor de rest van dit jaar maar de brui aan te geven. Of definitief.

Wat mij echter opvalt is dat waterleidingbedrijven oproepen toch vooral zuinig te zijn met water. Korter douchen, de juiste wc-knop indrukken, dat soort dingen. Alles om water te besparen. Daar is toch niets mee mis, zult u zeggen. En dat is nu net even mijn punt. Want mij bekroop de gedachte die ik zo vaak heb: “Is dat nu wel zo?”.

Want stel dat ik douche. Dan komt er water uit de kraan dat in ons gebied ergens uit een rivier wordt afgetapt. Maar als het water in het doucheputje verdwijnt en daarna naar de waterzuivering gaat… Verhip! Dan komt het weer in diezelfde rivier terecht. Weliswaar iets verderop, maar toch. En datzelfde geldt voor al het water dat ik gebruik. Met andere woorden; ik “leen” als het ware even wat water uit de rivier, de waterleidingmaatschappij zorgt er tussendoor even voor dat het schoon en veilig is, en na gebruik geef ik het weer netjes terug aan de rivier. Vrijwel voor 100%. Met andere woorden, of ik nu lang of kort douche, veel of weinig de wc doortrek, dat maakt voor de totale hoeveelheid water in Nederland ongeveer…niets uit. Sterker nog, als iedereen in heel Salland, het gebied waar ik woon, de wc elke dag 100 keer extra zou doortrekken, dan daalt het waterpeil in het IJsselmeer daardoor…niet.

Wat wel uitmaakt is als ik met waterleiding water de tuin ga sproeien. Er verdampt dan zoveel water dat er ongetwijfeld heel veel water zeker niet meer via de grond terugvloeit in de rivier die hier vlakbij stroomt. Dat is wel degelijk verbruik; weg is weg, op=op. Het valt me op hoeveel sproeiers in tuinen, akkers en weilanden staan. Lekker sproeien, overdag, in de volle zon.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het wel vervelend vind op een verkeerde manier aangesproken te worden. Juist hetgeen het meest verspillend is, daar wordt niet duidelijk op gewezen. En wat eigenlijk helemaal niet zo’n punt is, daar wijst het waterleidingbedrijf nadrukkelijk op. Ik vind het maar raar.

 

Noord/Zuidlijn

Op 22 juli 2018, een beetje later en een beetje duurder dan gepland, is de Noord/Zuidlijn in Amsterdam open gegaan. Nu ben ik fan van de metro. In veel steden, ook in Amsterdam, verloopt het vervoer onder de grond een stuk sneller en betrouwbaarder dan boven de grond. Bovendien kent de metro in Amsterdam vertrekborden die dynamisch aan de actuele rijtijden worden aangepast. Er vertrekt volgens de informatie op die borden werkelijk geen metro ooit te laat. Maar daar gaat dit stuk verder niet over.

Ik zat eens op een klein papiertje uit te rekenen hoeveel die lijn nu uiteindelijk wel niet kost. Het bedrag van aanleg is inmiddels bekend; totaal 3,1 miljard. Dat is toch wel een ietsepietsie meer dan oorspronkelijk begroot. Komt vaker voor. Maar stel dat we eens kijken naar het verwachte aantal passagiers en dan uitrekenen binnen hoeveel jaar die aanlegkosten zijn terugverdiend. De verwachte aantallen passagiers variëren nogal, grofweg tussen de 100.000 en 200.000 per dag. Laten we het houden op 150.000 per dag. En laten we niet te lullig doen, elke passagier hoest Euro 0,50  cent op om de bouwkosten terug te betalen. Dan levert een eenvoudige rekensom een terugverdientijd van een dikke 113 jaar op. En dan moeten de gewone exploitatiekosten van de rest van de ritprijs betaald worden.  En hoewel ik echt een fan ben van metro’s vind ik een tijd van 113 jaar om een investering terug te verdienen een niet al te fraaie score. Maar goed, de eerste metro ter wereld werd in 1863 geopend en rijdt nog steeds. Zo bezien kun je ook stellen: Amsterdam is een stad met een vooruitziende blik.

 

Gelijke kansen of gelijke uitkomsten

Veel mensen zijn voor gelijke kansen voor iedereen. Met andere woorden, waar je ook geboren bent, welke huidskleur je ook hebt, of je nu lang of kort bent, en ga zo maar door; iedereen krijgt gelijke kansen. Maar uiteindelijk willen velen ook gelijke uitkomsten voor iedereen. Bijvoorbeeld in de discussie over rijkdom en bezit is dat mooi te zien; het wordt als onrechtvaardig gezien dat de een miljonair is, en de ander niet. Maar gelijke kansen én gelijke uitkomsten, gaat dat eigenlijk wel samen?

Onlangs werd ik getriggerd door een heel simpel commentaar op een bericht. Dat bericht ging over het feit dat sommige mensen uiteindelijk veel beter af zijn dan anderen. Het commentaar had de strekking dat als je gelijke uitkomsten wilt, je iedereen juist niet gelijk moet behandelen. Immers, iemand die een beetje pech heeft moet meer worden geholpen dan een ander om uiteindelijk gelijk te eindigen. Maar dat is strijdig met het gevoel dat velen hebben: iedereen moet in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dat laatste staat niet voor niets in de grondwet.

Het probleem zit natuurlijk in de verschillen in de uitgangspositie. Iemand die in een villa in Aerdenhout als dochter van twee artsen wordt geboren heeft een andere uitgangspositie dan iemand die in Oude Pekela als dochter van twee fabrieksarbeiders wordt geboren. Of je wordt geboren in een dorpje op het platteland in Isaan, de arme Noordoostelijke regio van Thailand. Alleen als de uitgangspositie geheel gelijk zou zijn krijg je bij gelijke kansen en omstandigheden uiteindelijk precies gelijke uitkomsten.

Wat is nu wijsheid? En is het ook erg dat dit zo werkt? Immers, in Aerdenhout kun je gelukkig maar ook heel ongelukkig zijn. En dat geldt voor Oude Pekela in de provincie Groningen en Isaan in Thailand natuurlijk net zo. Materiele welvaart leidt nog niet automatisch tot een gelukkig leven.

Een algemene reactie op dit fenomeen is toch wel dat een en ander ook beetje kwestie van geluk of pech is. Bovendien; als we streven naar volstrekt gelijke uitkomsten, dan kun je rustig afwachten tot “iemand” langskomt om ook jou te helpen bij jouw recht op een gelijke uitkomst. Het leidt naar mijn smaak naar allerlei ongewenste effecten. Aan de andere kant, ik wens iedereen alle geluk in het leven toe en geboren worden in Aerdenhout, Oude Pekela of waar dan ook ter wereld moet ook weer niet al te grote verschillen veroorzaken.

Bij elkaar genomen denk ik dat we het in Nederland niet slecht doen. Als je kijkt naar de toegang tot onderwijs, gezondheidzorg en bijvoorbeeld huisvesting, dan is dat toch best netjes voor iedereen geregeld. Dat uiteindelijk iemand, mede dankzij geluk of pech, in een rijtjeshuis of juist in een villa terecht kan komen is zeker waar. Maar onder de brug of in een plaggenhut, zoals toch nog niet zo heel lang geleden voorkwam in Drenthe, is er niet bij.

Laten we in het oog houden dat het niet gaat om geluk te hebben in het leven, maar om gelukkig te zijn in het leven. En als je teveel kijkt naar het geluk van een ander maak je gelukkig zijn voor jezelf niet eenvoudiger.

Voetbal

Het WK is losgebarsten. Wij doen hier mee. Nee, niet met het voetbal. Wij zitten net als het hele Nederlandse elftal gewoon thuis. Maar we hebben een voetbal pool. En daardoor is de interesse in ons huis bovenmatig groot en genieten we er toch van.

Gisterenavond was de wedstrijd Marokko – Iran. Tot verbazing van velen won Iran. Maar wel door een eigen goal van Marokko. Dat deed me terugdenken aan mijn eigen kortstondige voetbalcarrière. Die speelde zich af  op het allerlaagste niveau. Al met al heeft ie toch nog wel 10 jaar geduurd. De carrière bleek echter een volledig vlakke lijn, enige progressie bleek vanaf het begin kansloos. Toch ben ik er wel trots op dat ik in die hele periode zeker een stuk of 2, 3 doelpunten heb gemaakt. En dat als verdediger. Minstens een ervan, zo kan ik me herinneren, was zelfs totaal onhoudbaar door de keeper. In een ander geval kreeg ik pas in de gaten dat de bal in het net was verdwenen toen mijn ploeggenoten op mij afstoven. Er is slechts een kleine maar aan dit verhaal. Zonder uitzondering waren mijn doelpunten helaas in het eigen doel. Dat ze mij al die jaren hebben getolereerd is nog steeds een raadsel. Na een flinke knieblessure ben ik gestopt. Mijn team werd het jaar erop prompt kampioen.

De informatiegestuurde politie

Een term die her en der steeds meer opduikt is “De informatiegestuurde…” gevolgd door een vakgebied of beroep. Zo viel mij een tijdje geleden de term “De informatiegestuurde politie” op. Ik dacht er eens over na. Want informatie kan natuurlijk veel betekenen in de opsporing van boeven. Door de juiste politieinzet op de juiste plaatsen. Of door de auto’s met verdachte kentekens wat meer in de smiezen te houden. Het leidt vast tot een optimalisatie van de politieinzet.

Maar mijn gedachten dwaalden af naar de concrete uitwerking ervan. Als je dit concretiseert is er immers een computersysteem dat aan de hand van data en indicatoren aangeeft wat een agent of rechercheur al dan niet moet doen. Dat woordje “sturing” ging me dus in mijn gedachten een beetje dwars zitten. Want op die manier wordt een agent een verlengstuk van de computer. En is dat nu wat wij willen? Je zou toch zeggen dat een agent ook op basis van eigen expertise en vakmanschap moet kunnen handelen. Maar ja…dan komt er vrees ik vast spoedig een onderzoek uit de kast rollen waarin glashard wordt aangetoond dat een computer betere analyses kan maken dan een agent. Dus afwijken van de “vrijblijvende” sturing door de computer leidt tot…slechtere resultaten. En dan zitten we in een spagaat: voor de organisatie is het wellicht wenselijk dat agenten precies de informatie en sturing uit de computer volgen, maar menselijkerwijs heb ik toch zo mijn bedenkingen.

Het is overigens een aloud probleem. Al heel vroeger was een bekende uitspraak “Computer says no”:

Ook in de gezondheidszorg wordt steeds meer computertechnologie ingezet die artsen ondersteunt met onderzoek en behandelplannen. En ook daar speelt dezelfde discussie: stel dat de computer op basis van alle gegevens tot een bepaalde conclusie komt, en een bepaalde behandeling voorschrijft, in hoeverre kan een arts daar dan vanaf wijken?

Of, tot slot, een praktijkvoorbeeld bij de overheid. Enige tijd geleden sprak ik een medewerker van een gemeente. Hij vond het stiekem best lekker als bij de aanvraag voor bijzondere bijstand “het systeem” de beslissing nam. Dan hoefde hij geen nee meer te verkopen. Maar of dat nu de situatie is die wij met zijn allen willen, blijft toch de vraag. Ik ben er niet uit moet ik eerlijk zeggen. Want ik ben ervan overtuigd dat computers op sommig gebied betere beslissingen kunnen nemen dan mensen. Maar ja, dan kom je dus meteen in de situatie waarin je je als mens naar de computer moet schikken. En tja…juist dat voelt dan toch niet goed.