Is internet stuk?

Afgelopen zondag was Marleen Stikker te gast in Zomergasten. Het bleek geen kijcijferkanon, maar ik vond het een interessante uitzending. Met name haar verfrissende en heldere kijk op de wereld vond ik heel plezierig. Zoals bijvoorbeeld het onderscheid dat ze maakte tussen werkelijkheidmensen en mogelijkheidsmensen. En er waren verrassende filmfragmenten bovendien te zien.

Aan de andere kant hoorde ik wel iemand die met zoveel woorden zei dat “internet vroeger beter was”. In de jaren 90 van de vorige eeuw werd internet namelijk bevolkt door heel veel goed-mensen. Je kon zonder firewalls, virusscanners en zonder vrees je computer koppelen aan internet. Reclame was afwezig, met andere woorden, Utopia lag onder handbereik. Ik had in die tijd ook al een internetverbinding en op 1 september 1996 een eerste eigen website. Stelde niets voor, maar het was wel een van de weinige in Nederland op dat moment. Het was een heerlijke tijd, de positiviteit dampte er vanaf.

Toch heb ik in die tijd al eens ergens geschreven dat internet op termijn zou gaan lijken op de werkelijke wereld. Inclusief al haar lelijkheid. Nu doe ik wel eens vaker voorspellingen, en die komen (gelukkig) lang niet altijd uit. Maar deze is maar al te waar gebleken. Wat Marleen Stikker eigenlijk wenste is dat internet weer in handen moet komen van collectieven, van burgers en een beetje overheid als toetje erbij. Tenminste, ze was opvallend positief over het model in Barcelona, waar de politiek zich intensief schijnt te bemoeien met technologie.

Als ik kijk naar internet dan zie ik de macht van grote bedrijven. “The winner takes it all” blijkt op internet maar al te waar. Facebook, Google, Airbnb, ga zo maar door. Maar wat is er feitelijk aan de hand? Laten we eens de boeman van dit moment nemen: Facebook. Ik zit niet op Facebook, maar ik ben ook niet erg anti. Gezien het gebruik van Facebook zijn er kennelijk veel mensen die deze app waarderen. Maar privacy dan?, hoor ik u zeggen. Tja. Facebook verzamelt heel veel data over iedere gebruiker. Maar waarom eigenlijk? Als je daar over nadenkt is de conclusie doodsimpel. Facebook doet al die moeite uitsluitend…om geld te verdienen. Want hoe meer data, hoe beter de reclame die ze op je af kunnen vuren. Niets meer, niets minder. En zo doen al die bedrijven dat. Simpel, geld verdienen. Zodra ze morgen geen geld meer op die manier binnen zouden kunnen hengelen, zouden ze a la minute alle servers met al die data uitzetten. Scheelt een hoop kosten.

Vergelijk dat laatste nu eens met het handelen van veel overheden over de hele wereld. Steeds meer geluiden gaan op om internet te controleren, op te schonen van bepaalde inhoud die illegaal, voor sommigen beledigend, schokkend, ongeschikt of wat dan ook is. Of om in sommige landen inhoud te verwijderen die de overheid zelf niet zo goed uitkomt. En voor dat laatste hoef je echt niet naar heel obscure landen te kijken. Steeds meer stabiele landen met een functionerende democratie, die toch wel een stootje kunnen hebben zou je zeggen, nemen maatregelen die de roemruchte vrijheid van meningsuiting, die juist door internet een grote vlucht heeft genomen, flink kunnen bedreigen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik minder moeite heb met een bedrijf dat data van mij wil vergaren met als enkel doel geld te verdienen, dan met een overheid die er notabene voor ons is maar toch langzamerhand grip op internet probeert te krijgen. Terwijl ik toch echt een grote voorstander ben van een goed functionerende, sterke overheid. Maar op dit vlak… het helt mij net iets teveel de verkeerde kant op.

Laat ik eindigen met een van de verworvenheden van internet. Gewoon, mijn ervaring van vandaag. Ik was een beetje aan het rondstruinen op YouTube en vond:

Had ik zonder internet nooit gevonden. Dus bij deze: Internet kan nog veel beter. Maar het is zeker niet stuk.

Waterverbruik of -gebruik?

Vandaag is de ena laatste warme dag. Voorlopig. En ondertussen is de hele wereld behoorlijk geel geworden. Watergebrek speelt de natuur behoorlijk parten en de reactie van veel planten en bomen is om er voor de rest van dit jaar maar de brui aan te geven. Of definitief.

Wat mij echter opvalt is dat waterleidingbedrijven oproepen toch vooral zuinig te zijn met water. Korter douchen, de juiste wc-knop indrukken, dat soort dingen. Alles om water te besparen. Daar is toch niets mee mis, zult u zeggen. En dat is nu net even mijn punt. Want mij bekroop de gedachte die ik zo vaak heb: “Is dat nu wel zo?”.

Want stel dat ik douche dan komt er water uit de kraan dat in ons gebied ergens uit een rivier wordt afgetapt. Maar als het water in het putje verdwijnt en daarna naar de waterzuivering gaat… verhip! dan komt het weer in diezelfde rivier terecht. Weliswaar iets verderop, maar toch. En datzelfde geldt voor al het water dat ik gebruik. Met andere woorden; ik “leen” als het ware even wat water uit de rivier, de waterleidingmaatschappij zorgt er tussendoor even voor dat het schoon en veilig is, en na gebruik geef ik het weer netjes terug aan de rivier. Vrijwel voor 100%. Met andere woorden, of ik nu lang of kort douche, veel of weinig de wc doortrek, dat maakt voor de totale hoeveelheid water in Nederland ongeveer…niets uit.

Wat wel uitmaakt, maar dat onderscheid hoor ik nu weer net niet, is als ik met waterleiding water overdag de tuin ga sproeien. Er verdampt dan zoveel water dat er ongetwijfeld heel veel water zeker niet meer via de grond terugvloeit in de rivier die hier vlakbij stroomt. Dat is wel degelijk verbruik; weg is weg, op=op.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het wel vervelend vind op een verkeerde manier aangesproken te worden. Juist hetgeen het meest verspillend is, daar wordt niet duidelijk op gewezen. En wat eigenlijk helemaal niet zo’n punt is, daar wijst het waterleidingbedrijf nadrukkelijk op. Ik vind het maar raar.

 

Noord/Zuidlijn

Op 22 juli 2018, een beetje later en een beetje duurder dan gepland, is de Noord/Zuidlijn in Amsterdam open gegaan. Nu ben ik fan van de metro. In veel steden, ook in Amsterdam, verloopt het vervoer onder de grond een stuk sneller en betrouwbaarder dan boven de grond. Bovendien kent de metro in Amsterdam vertrekborden die dynamisch aan de actuele rijtijden worden aangepast. Er vertrekt volgens de informatie op die borden werkelijk geen metro ooit te laat. Maar daar gaat dit stuk verder niet over.

Ik zat eens op een klein papiertje uit te rekenen hoeveel die lijn nu uiteindelijk wel niet kost. Het bedrag van aanleg is inmiddels bekend; totaal 3,1 miljard. Dat is toch wel een ietsepietsie meer dan oorspronkelijk begroot. Komt vaker voor. Maar stel dat we eens kijken naar het verwachte aantal passagiers en dan uitrekenen binnen hoeveel jaar die aanlegkosten zijn terugverdiend. De verwachte aantallen passagiers variëren nogal, grofweg tussen de 100.000 en 200.000 per dag. Laten we het houden op 150.000 per dag. En laten we niet te lullig doen, elke passagier hoest Euro 0,50  cent op om de bouwkosten terug te betalen. Dan levert een eenvoudige rekensom een terugverdientijd van een dikke 113 jaar op. En dan moeten de gewone exploitatiekosten van de rest van de ritprijs betaald worden.  En hoewel ik echt een fan ben van metro’s vind ik een tijd van 113 jaar om een investering terug te verdienen een niet al te fraaie score. Maar goed, de eerste metro ter wereld werd in 1863 geopend en rijdt nog steeds. Zo bezien kun je ook stellen: Amsterdam is een stad met een vooruitziende blik.

 

Gelijke kansen of gelijke uitkomsten

Veel mensen zijn voor gelijke kansen voor iedereen. Maar uiteindelijk willen velen ook gelijke uitkomsten voor iedereen. Gaat dat samen?

Onlangs werd ik getriggerd door een heel simpel commentaar op een bericht. Dat bericht ging over het feit dat sommige mensen uiteindelijk veel beter af zijn dan anderen. Het commentaar had de strekking dat als je gelijke uitkomsten wilt, je iedereen juist niet gelijk moet behandelen. Maar dat is weer strijdig met het gevoel dat velen hebben: iedereen moet in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dat laatste staat niet voor niets in de grondwet.

Het probleem zit natuurlijk in de verschillen in de uitgangspositie. Iemand die in een villa in Aerdenhout als dochter van twee artsen wordt geboren heeft een andere uitgangspositie dan iemand die in Oude Pekela als dochter van twee fabrieksarbeiders wordt geboren. Of je wordt geboren in een dorpje op het platteland in Isaan, de arme Noordoostelijke regio van Thailand. Alleen als de uitgangspositie geheel gelijk zou zijn krijg je bij gelijke kansen en omstandigheden uiteindelijk gelijke uitkomsten.

Wat is nu wijsheid? En is het ook erg dat dit zo werkt? Immers, in Aerdenhout kun je gelukkig maar ook heel ongelukkig zijn. En dat geldt voor Oude Pekela in de provincie Groningen en Isaan in Thailand natuurlijk net zo. Materiele welvaart leidt nog niet automatisch tot een gelukkig leven.

Een algemene reactie op dit fenomeen is toch wel dat een en ander ook beetje kwestie van geluk of pech is. Bovendien; als we streven naar volstrekt gelijke uitkomsten, dan kun je rustig afwachten tot “iemand” langskomt om ook jou te helpen bij jouw recht op een gelijke uitkomst. Het leidt naar mijn smaak naar allerlei ongewenste effecten. Aan de andere kant, ik wens iedereen alle geluk in het leven toe en geboren worden in Aerdenhout, Oude Pekela of waar dan ook ter wereld moet ook weer niet al te grote verschillen veroorzaken.

Bij elkaar genomen denk ik dat we het in Nederland niet slecht doen. Als je kijkt naar de toegang tot onderwijs, gezondheidzorg en bijvoorbeeld huisvesting, dan is dat toch best netjes voor iedereen geregeld. Dat uiteindelijk iemand, mede dankzij geluk of pech, in een rijtjeshuis of juist in een villa terecht kan komen is zeker waar. Maar onder de brug of in een plaggenhut, zoals toch nog niet zo heel lang geleden voorkwam in Drenthe, is er niet bij.

Laten we in het oog houden dat het niet gaat om geluk te hebben in het leven, maar om gelukkig te zijn in het leven. En als je teveel kijkt naar het geluk van een ander maak je gelukkig zijn voor jezelf niet eenvoudiger.

Voetbal

Het WK is losgebarsten. Wij doen hier mee. Nee, niet met het voetbal. Wij zitten net als het hele Nederlandse elftal gewoon thuis. Maar we hebben een voetbal pool. En daardoor is de interesse in ons huis bovenmatig groot en genieten we er toch van.

Gisterenavond was de wedstrijd Marokko – Iran. Tot verbazing van velen won Iran. Maar wel door een eigen goal van Marokko. Dat deed me terugdenken aan mijn eigen kortstondige voetbalcarrière. Die speelde zich af  op het allerlaagste niveau. Al met al heeft ie toch nog wel 10 jaar geduurd. De carrière bleek echter een volledig vlakke lijn, enige progressie bleek vanaf het begin kansloos. Toch ben ik er wel trots op dat ik in die hele periode zeker een stuk of 2, 3 doelpunten heb gemaakt. En dat als verdediger. Minstens een ervan, zo kan ik me herinneren, was zelfs totaal onhoudbaar door de keeper. In een ander geval kreeg ik pas in de gaten dat de bal in het net was verdwenen toen mijn ploeggenoten op mij afstoven. Er is slechts een kleine maar aan dit verhaal. Zonder uitzondering waren mijn doelpunten helaas in het eigen doel. Dat ze mij nog zo lang hebben getolereerd is nog steeds een raadsel. Na een flinke knieblessure ben ik gestopt. En mijn team werd prompt in het jaar erop kampioen.

De informatiegestuurde politie

Een term die her en der steeds meer opduikt is “De informatiegestuurde…” gevolgd door een vakgebied of beroep. Zo viel mij een tijdje geleden de term “De informatiegestuurde politie” op. Ik dacht er eens over na. Want informatie kan natuurlijk veel betekenen in de opsporing van boeven. Door de juiste politieinzet op de juiste plaatsen. Of door de auto’s met verdachte kentekens wat meer in de smiezen te houden. Het leidt vast tot een optimalisatie van de politieinzet.

Maar mijn gedachten dwaalden af naar de concrete uitwerking ervan. Als je dit concretiseert is er immers een computersysteem dat aan de hand van data en indicatoren aangeeft wat een agent of rechercheur al dan niet moet doen. Dat woordje “sturing” ging me dus in mijn gedachten een beetje dwars zitten. Want op die manier wordt een agent een verlengstuk van de computer. En is dat nu wat wij willen? Je zou toch zeggen dat een agent ook op basis van eigen expertise en vakmanschap moet kunnen handelen. Maar ja…dan komt er vrees ik vast spoedig een onderzoek uit de kast rollen waarin glashard wordt aangetoond dat een computer betere analyses kan maken dan een agent. Dus afwijken van de “vrijblijvende” sturing door de computer leidt tot…slechtere resultaten. En dan zitten we in een spagaat: voor de organisatie is het wellicht wenselijk dat agenten precies de informatie en sturing uit de computer volgen, maar menselijkerwijs heb ik toch zo mijn bedenkingen.

Het is overigens een aloud probleem. Al heel vroeger was een bekende uitspraak “Computer says no”:

Ook in de gezondheidszorg wordt steeds meer computertechnologie ingezet die artsen ondersteunt met onderzoek en behandelplannen. En ook daar speelt dezelfde discussie: stel dat de computer op basis van alle gegevens tot een bepaalde conclusie komt, en een bepaalde behandeling voorschrijft, in hoeverre kan een arts daar dan vanaf wijken?

Of, tot slot, een praktijkvoorbeeld bij de overheid. Enige tijd geleden sprak ik een medewerker van een gemeente. Hij vond het stiekem best lekker als bij de aanvraag voor bijzondere bijstand “het systeem” de beslissing nam. Dan hoefde hij geen nee meer te verkopen. Maar of dat nu de situatie is die wij met zijn allen willen, blijft toch de vraag. Ik ben er niet uit moet ik eerlijk zeggen. Want ik ben ervan overtuigd dat computers op sommig gebied betere beslissingen kunnen nemen dan mensen. Maar ja, dan kom je dus meteen in de situatie waarin je je als mens naar de computer moet schikken. En tja…juist dat voelt dan toch niet goed.

Nothing else matters – Metallica

Van de Verenigde Staten mag je een hoop vinden. Van de manier waarop ze daar omgaan met de rest van de wereld. Of van de uiteenlopende aard van de presidenten die ze inmiddels hebben gekozen.

Maar wat ik zelf enorm kan waarderen aan de VS is dat ze daar wel lef hebben. Onder andere op muzikaal gebied. Wat me elke keer weer opvalt hoeveel combinaties van artiesten met zeer uiteenlopende soorten muziek daar ontstaan. Terwijl in Nederland, met de mond vol diversiteit en verbinding, iedereen lekker veilig in zijn eigen hokje blijft. Een van de fraaiste voorbeelden ooit wat mij betreft is Metallica:

Het is inmiddels een al wat ouder voorbeeld. Maar een voorbeeld dat we wat mij betreft in Nederland wel eens wat meer ter harte zouden kunnen nemen. En zo geldt het ook voor bijvoorbeeld politiek; iedereen zit veilig in zijn eigen hokje en is het gruwelijk met elkaar eens. Als er al contact is met “de ander”, dan ontstaat er geen dialoog waar beiden wat van kunnen leren. Of in ieder geval begrip voor elkaar of elkaar op zijn minst snappen. Nee, veel te vaak ontstaat in een oogwenk een radicale, 100% afwijzing van die ander. Ik zie het met lede ogen aan.

Coachen met varkens

Ik woon alweer jaren in een landelijk gebied, maar kom uit de randstad. Voordat ik hier kwam wonen kende ik dit gebied al wel een beetje van vakanties uit mijn jeugd. Daarna kwam ik hier wel zakelijk voor heisessies die in dit soort gebieden worden gehouden. Om de broodnodige strategie te ontwikkelen, herijken of wat al niet meer.

Nog steeds is dit gebied zakelijk goed op dreef. De laatste jaren is coaching populair. Dat schijnt beter te verlopen in een landelijke lucht. Die vaak fris is, maar in het voorjaar, als de mest wordt uitgereden, mij toch wat minder aantrekkelijk overkomt. Coaching gaat als ik het allemaal goed heb begrepen om mensen, maar in deze regio heeft het een hoog “dieren” gehalte gekregen. Zo is het onder meer mogelijk om te coachen met paarden. Of je dan de paarden moet coachen, je beter leert coachen door met paarden bezig te zijn of nog iets totaal anders was mij na een hele middag nog niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk werd is dat de met stip meest onaangename persoon in ons gezelschap de beste prestatie leverde. Deze kleine Mussolini had binnen no-time de paarden in het gareel en dat scheen de bedoeling te zijn.

Een andere vorm van coaching die in deze omgeving wordt aangeboden is de Sheepdog Experience. Je leert dan coachen aan de hand van een kudde schapen inclusief bijbehorende honden. Ik ben er maar niet aan begonnen gezien de eerdere ervaring met de paarden. Het schijnt dat de schapen je een spiegel voorhouden.

De meest bijzondere vorm tot nu toe vind ik “Coachen met varkens”. We kwamen het tegen op een bord toen we hier in de buurt met de fiets op pad waren. Nu zult u misschien zeggen; coachen met varkens, dat doe ik dagelijks al op mijn werk. Maar ik moet zeggen dat de twee coaches bijzonder relaxed achter het hek in de zonovergoten modder lagen te wachten. Toen ik later nog wat onderzoek deed begreep ik dat op dezelfde locatie ook coachen met geiten, een pony, ezel of honden mogelijk is. En zelfs met cavia’s. Pick your choice…

De coaches komen informeren wat ze voor ons kunnen betekenen…

Mocht het met het coachen uiteindelijk toch niet zo goed uitpakken, dan kan ik aanbevelen gewoon even in het landschap naar links en dan weer naar rechts te kijken. En er vervolgens uren in rond te gaan dwalen. Misschien voor het werk niet zo heel zinvol, maar het geeft vast een goed gevoel. En dat is ook wat waard.

Bureaucratie, het beste van twee kwaden?

Op bureaucratie wordt tegenwoordig veel gemopperd. En als er veel op gemopperd wordt, vinden kennelijk veel mensen het geen goed idee. Maar tja, dan is mijn eerste gedachte: als het zo’n slecht idee is, waarom is het dan ooit ontstaan? Want als het al vanaf het begin een slecht idee was, dan was het toch nooit tot wasdom gekomen? En zeker niet op de schaal waarop bureaucratie tegenwoordig voorkomt.

Terug in de tijd. Ooit had een gemiddelde burger weinig rechten en was vooral overgeleverd aan de luimen van de plaatselijke heerser. Bureaucratie had oorspronkelijk als positief effect dat de rechten van burgers werden vastgelegd en iedereen gelijk behandeld zou gaan worden. En dat is tot op de dag van vandaag zo; wat zouden we moeten als er geen enkele wet zou bestaan? Het recht van de sterkste zou al snel gaan gelden en dat is toch een weinig aanlokkelijk vooruitzicht.

Nog steeds geldt dat elke keer dat een regel wordt bedacht en vervolgens in een bureaucratische setting wordt uitgevoerd er een aanleiding voor is. Hopen we tenminste maar. Een regel uitdenken, ingevoerd krijgen en vervolgens uitvoeren vergt immers een aanzienlijke inspanning. Kennelijk is dat het waard. Alleen, het punt is, op het moment dat de regel wordt bedacht is het wellicht een goed idee. Maar tijden veranderen, omstandigheden, mensen… en wat dan ooit een goed idee was is het later niet meer. Het is bijvoorbeeld goed te zien in de gezondheidszorg, die nogal te lijden heeft onder regelzucht. Maar gaan we regel voor regel beoordelen, dan blijkt elke keer weer dat er best wel een goede aanleiding voor de regel was. Maar wanneer schaffen we een regel weer af?

Ik pleit er daarom voor voortaan elke regel en elke wet/besluit die ten grondslag ligt aan deze regel een etiket mee te geven. Op dat etiket staat “Te gebruiken tot”. Zodat iedereen die een regel verzint, wordt gedwongen na te denken over het moment dat de regel niet meer moet gelden. Omdat het oorspronkelijke doel is vervallen of omdat de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat de regel in plaats van een positief effect, een negatief effect heeft gekregen. En laten we van dit idee dan een regel maken.

Productontwikkeling in een digitale wereld

Nieuw boek!

Het is zover, er is (weer) een nieuw boek verschenen:

Misschien wel degene waar ik tot nu toe het meest trots op ben. Mijn eerste boek, Rolling Thunder, had een leuk onderwerp maar was voor mij vooral een test om te kijken hoe dat zou gaan, een boek schrijven. De boekenreeks die ik maak rondom MCTL is feitelijk een afgeleide van alles wat op internet verschijnt rondom dit framework. Het boek was zojuist is gepubliceerd; “Productontwikkeling in een digitale wereld” heeft een onderwerp dat me het meest na aan het hart ligt.

Het boek gaat namelijk over computertechnologie: eruit halen wat erin zit. In de afgelopen tientallen jaren is er vooral hard gewerkt om IT draaiend te krijgen. De komende tijd wordt veel spannender: door nog eens goed over computertechnologie na te denken kunnen nieuwe producten en diensten worden gecreëerd. Kijk maar op internet, daar is dat al gaande. Of bestaande producten en diensten worden verbeterd, zoals bijv. Tesla doet met een auto die (al een beetje) zelf kan rijden. Er zijn talloze mogelijkheden te bedenken en dit boek is daarvoor een inspiratiebron. Het biedt daarnaast ook houvast; je kunt immers in het wildeweg acties gaan uitvoeren, maar hoe weet je nu of je niet heel veel kansen mist? Door een systematische aanpak, waarvan er in het boek vier verschillende zijn beschreven, worden alle mogelijkheden van computertechnologie beschouwd. De uitdaging blijft natuurlijk om dat te vertalen naar concrete producten en/of diensten. Ik hoop in ieder geval dat iedereen die dit boek leest geïnspireerd raakt om nog eens heel goed naar de producten en diensten van het eigen bedrijf te kijken en waar mogelijk meer gaat doen met computertechnologie.

Kopen? Dat kan natuurlijk via Bol.com etc., maar ook rechtstreeks via: https://www.mijnmanagementboek.nl/books/134884/.