De waarde van informatie

Deze week had ik een meeloop dag. Dat heb je als docent af en toe, dat je meeloopt met een andere docent in een cursus of workshop. Handig om snel te leren wat de bedoeling is als je in de toekomst zelf de cursus of workshop ook moet gaan geven. De inhoud was me maar al te vertrouwd. Ik werk al jaren in het vakgebied van wat ik maar simpel samenvat als “toepassing van IT”.

De hele dag ging het over informatiesystemen, informatievoorziening, informatie zus en informatie zo. Ik kreeg er een beetje de kriebels van. Wat ik al jaren geleden eens bedacht kwam deze dag weer boven: hoeveel waarde heeft informatie eigenlijk? Toentertijd kwam ik tot de conclusie; soms heel veel, soms heel weinig.

Een concreet voorbeeld. Ik loop het Isala binnen, strompelend en al. U kent het Isala niet? Dat is een fraai gebouwd ziekenhuis in Zwolle. Nu kennen ze me daar helemaal niet. Gelukkig. En stel dat zij via hun systemen totaal geen gegevens van mij kunnen vinden bij collega ziekenhuizen of waar dan ook. Toch moet ik natuurlijk wel worden onderzocht en wellicht behandeld.

Bij stom toeval strompelt tezamen met mij een andere man, zelfde leeftijd, zelfde lengte, afijn, u snapt het, naar binnen. Van deze man is alles bekend in het fraaie EPD (Elektronisch Patiënten Dossier) dat het Isala heeft. En vervolgens komt de cruciale vraag; hoeveel beter zal het onderzoek en de behandeling voor die man gaan dan bij mij? Ik vermoed dat het vast wel wat efficiënter zal verlopen, omdat ze sommige onderzoeken kunnen overslaan. En wellicht dat ze sneller een diagnose kunnen stellen, als er toevallig iets aan de hand is wat te relateren is aan eerdere kwalen. Maar bij elkaar vraag ik me werkelijk af hoeveel waarde al die informatie in het EPD heeft, hoeveel beter de patiënten af zijn, het personeel, het ziekenhuis, de zorgverzekeraars…

Er wordt ook vaak gesteld dat het EPD zo geweldig is als iemand uit Groningen in Brabant in het ziekenhuis terecht komt. En dat is ook zo. Maar ik zou wel eens de cijfers willen zien van het aantal Groningers dat op jaarbasis in een Brabants ziekenhuis terecht komt. Ik vrees dat er meer eindigen in een ziekenhuis aan de Turkse kust of in een Oostenrijks ziekenhuis aan het eind van een skipiste. Of iets dergelijks. En die hebben toevallig nou net geen toegang tot het Nederlandse EPD.

Een ander voorbeeld. Ik koop af en toe bij Bol.com. Dat is onmiskenbaar een succesvolle winkel. Mede omdat ze heel wat gegevens van mij bijhouden en proberen mij op maat te bedienen. Maar ook hier vraag ik me af hoeveel ze mij nu extra verkopen dankzij al die data. Doorgaans, ik weet het natuurlijk niet precies van Bol.com, is de conversie bij webwinkels enkele procenten. Dat wil dus zeggen; van alle bezoekers gaan enkele procenten met artikelen de digitale deur uit, en de rest met lege handen. Ik vroeg het een tijdje geleden bij de fysieke boekwinkel hier in het dorp. Die komt, zonder al die informatie die Bol.com wel van mij heeft, moeiteloos aan een procent of 50, dus de helft van alle bezoekers doet een aankoop. Met andere woorden; Bol.com kan in de toekomst misschien wel een Terabyte aan informatie over mij hebben verzameld, ik vrees dat dan nog steeds de boekhandel om de hoek het op het gebied van conversie beter doet. Gek.

Vind ik dan dat informatie nooit veel waard is? Dat zeker ook niet. Bijvoorbeeld zou ik dolgraag weten wat de beurskoers van een bedrijf morgen is. Betrouwbare informatie over het werkelijk rendement van een warmtepomp is ook van harte welkom. En niet alleen de optimistische cijfers van de leverancier. Of de isolatiewaarde van divers materiaal waarmee je muren van huizen kunt isoleren. Of…

Al met al eindigde ik de dag met het besef dat je toch vooral kritisch moet denken. Want ook in de gezondheidszorg is informatie waardevol. Niet altijd, niet overal. Wat mij overigens eigenlijk het meest zorgen baart in de gezondheidszorg; informatie wordt al heel snel geassocieerd met administratie. En die zorg deel ik met ze. Te vaak leidt IT tot verzwaring van de administratieve last. En dat is precies wat IT zou moeten zien te voorkomen. IT moet mensen blij maken, de wereld een beetje mooier maken. En dat krijg je niet voor niets. Teveel alleen maar over informatie praten helpt in ieder geval niet. Een hele dag was wat mij betreft een beetje teveel van het goede. En zo reed ik aan het eind van de dag naar huis.

November

November is mijn minst favoriete maand. Koud, donker, en vooral: het duurt nog veel te lang voor het weer beter wordt. In tegendeel, het wordt eerst nog donkerder, nog kouder, nog natter… het vooruitzicht alleen al stemt mij niet vrolijk. Wat te doen? Denken aan een warm vakantieland? Dat helpt zeker. Eventjes dan. Of luisteren naar:

Ook dat helpt niet voor lang. De kachel hoger zetten? Spinnende poezen op tafel terwijl je een boek of de krant leest, of gewoon wat aan het rondsurfen bent op internet?

Zucht…ik verzin van alles en morgen…morgen is het weer korter licht. Ik kijk naar het weerbericht, en hoopvol kijk ik of de temperatuur de komende paar weken nog een beetje rond de 10 graden blijft. Met een zonnetje erbij is het dan nog best aardig. Maar vergeleken met april of mei, wanneer het nieuwe jaar voluit aan de gang is en de stoelen niet alleen buiten staan maar je er ook op kunt zitten zonder te verstenen…ja, dat zijn meer mijn maanden. En dan moet de zomer nog komen…

Er is geen andere optie dan de tijd maar uit te zitten. Ik ben jaloers op de vogels die hier al druk aan het rondfladderen zijn om over niet al te lange tijd naar het warme zuiden te trekken. Verrek! Dat is nog eens een idee. Het klinkt een beetje sullig, overwinteren in Spanje of Portugal. Maar als die vogels het doen, waarom doen wij mensen dat dan niet op grote schaal? Toch nog maar eens over denken.

Nieuwe technologie en werkgelegenheid

Ik heb het hier al vaker geschreven; ik ben een techno-optimist. Ik geloof dus in de meerwaarde van technologie en ook dat die meerwaarde de negatieve gevolgen die technologie ook zeker kan hebben (en heeft) verre overstijgt.

Dit weekend las ik een boek met de titel “Alles wordt anders”. Het is een titel die mij de gordijnen in jaagt. Natuurlijk leven we in een tijd van verandering. Maar de komst van de eerste stoommachine, het eerste vliegtuig, elektriciteit, penicilline en zo kan ik nog wel even doorgaan, hebben de wereld ook behoorlijk opgeschud. Ik vind juist dat het in deze tijd soms opvallend langzaam gaat. Kijk maar eens naar een computer uit de jaren 80: een scherm, toetsenbord en een muis. En kijk eens waar nu nog steeds heel veel mensen mee werken… Zeker, je kunt met computers nu veel meer. Maar het valt me toch op dat het nog steeds draait om hardware, software en databases. Allemaal groter en mooier. Maar essentieel anders? Tja…

We staan echter zeker voor flinke veranderingen. De toepassing van technologie, en dan heb ik het hier over computertechnologie, begint langzamerhand maatschappelijk flink om zich heen te grijpen. In de financiële wereld zijn in Nederland alleen al de afgelopen jaren tienduizenden banen verdwenen. De verwachting is dat dit aantal in andere sectoren de komende jaren behoorlijk kan oplopen. Gekscherend wordt wel eens gezegd dat als je werk bestaat uit achter een computer zitten en op een muis klikken, je baan over enige jaren niet meer bestaat.

Zoals gezegd kreeg ik de kriebels van de titel van het boek dat ik las. Maar de inhoud viel me reuze mee. Door schrijver Dik Bijl worden zeven nieuwe technologieën beschreven en uiteindelijk eindigt het boek met een weergave van de mogelijke gevolgen. De schrijver geeft tot slot een aardige oplossing. Deze wordt wel vaker geschetst en is daarom niet erg origineel: als het werk verdwijnt, dan moet iedereen maar een basisinkomen krijgen.

Zelf weet ik niet of een basisinkomen wel de oplossing is. Ik heb eigenlijk een andere gedachte over het fenomeen dat computers een flink deel van het huidige werk zullen overnemen. Waarbij het heel onzeker is of er ander werk voor in de plaats komt. In de 19e eeuw werkten mensen namelijk veel meer uren dan vandaag de dag. En ze waren naar hedendaagse maatstaven merendeels straatarm. Op dit moment werken we gemiddeld zo’n 30-40 uur en zijn veel rijker, leven langer en zijn gezonder. Wat dus te doen met technologie die ons in de toekomst nog meer werk uit handen neemt? Alleen maar toejuichen zou ik zeggen. En het werk dat overblijft, wat helemaal niet door computers gedaan kan worden, ook in de toekomst niet, netjes verdelen. Werken we misschien nog maar 10 uur in de week. En hopelijk, de lijn doortrekkend van het verleden naar de toekomst, zijn we dan nog rijker. En gezonder. En wie weet hoe lang we dan leven. Ik vind het geen gekke gedachte en zeker niet beangstigend. Deze toekomst mag van mij morgen beginnen.

Help, mijn man is een klusser!

Help, mijn man is een klusser! schijnt een grappig tv-programma te zijn. Ik ken het nauwelijks. En toch kwam de titel verrassend goed van pas toen we dit ooievaarsnest bij ons in de buurt passeerden:

Ik ga er, tamelijk seksistisch maar ik vrees ook tamelijk realistisch, vanuit dat een nest bouwen bij ooievaars een mannenaangelegenheid is. Dat is niet altijd zo. We zien hier in de buurt vaak stelletjes meerkoeten die gezamenlijk een tijdje aan een nest bouwen. Prompt enige weken later zijn er eieren in te vinden en even daarna zwemmen de kleine koetjes rond.

Terug naar de ooievaars. Deze doen vaak dappere pogingen een fraai nest te bouwen. Soms is het pakket takken zo dik dat we bang zijn dat de paal eronder gaat bezwijken. Of het hele nest met een grote windvlaag van de paal af wordt geblazen. Bovenstaande ooievaar had zich er zo te zien makkelijk vanaf gemaakt. Maar toch had hij daarna een vrouwtje gevonden die dat kennelijk niet zo’n probleem vond. En de jongen? Die zijn daar geboren, opgegroeid en inmiddels uitgevlogen. Ik ben benieuwd of hun nest er volgend jaar net zo uit zal gaan zien als dat van hun ouders.

Wegwee: Wie (niet) reist is gek

Afgelopen week las ik het boek “Wie (niet) reist is gek” van Ap Dijksterhuis. Hij is psycholoog maar als je het boek leest vraag je je af of hij nog tijd heeft om te werken. Vele, vele landen komen pagina voor pagina voorbij. Leuk geschreven, af en toe wat hakkerig, maar vooral geeft het het gevoel: doe het ook!

Laten we het niet over het milieu hebben, want de aarde zou ter plekke ineenschrompelen als iedereen zoveel zou gaan reizen. Een van de aardigste termen die in het boek wordt gebruikt is wegwee. Veel mensen kampen met heimwee, het verlangen naar huis. Wegwee is het tegenovergestelde; het verlangen om weg te gaan, op reis te gaan. Ik vind het herkenbaar. Thuis is lekker, ergens anders is lekkerder. Jammer dat je weer naar huis moet. Ben je daar eenmaal, dan is dag 1 nog wel prima, dag 2 alweer minder, en na thuisdag 5 begint het alweer. Wegwee. Dat is het woord wat ik al jaren zocht voor dat gevoel.

Ap Dijksterhuis geeft nog veel meer positieve aspecten van reizen, die denk ik ook best waar zijn. Je verruimt je blik en je conditie gaat er ook op voorruit. Met andere woorden, zowel geestelijk als lichamelijk aan te raden. Toch, dat zal niet voor iedereen gelden. Vakantie, reizen, kan ook een bezoeking zijn. Het kan niet uitpakken zoals gehoopt, je kunt ziek worden, het kost euros die je ook aan wat anders zou kunnen besteden…. Maar voor mij is elke minuut en elke euro die besteed wordt aan reizen, welbesteed. Wegwee dus.

Rheinsteig

De Rheinsteig: een langeafstandswandeltocht langs de Rijn in Duitsland. De totale route loopt van Wiesbaden naar Bonn. Wij liepen in vijf dagen van Koblenz naar Kaub. Een aanrader, zo was dit stuk van de hele route ons aanbevolen. En dat is helemaal juist. In een heuvelachtig landschap slingert de Rijn gestaag langs de vele dorpen en kastelen die daar aan de oevers of bovenop de heuvels zijn te vinden.

Het is tijdens het wandelen wel behoorlijk vaak stijgen en dalen omdat de heuvels tot dichtbij de rivier doorlopen. En dus is de keuze om vlak langs de rivier te blijven of iets meer het binnenland in te gaan, maar dan wel meteen een paar honderd meter hoger. De beloning van de route bovenop de heuvels is groot: fraai uitzichten en vooral veel minder last van de vele treinen en auto’s die zich ook langs de oevers van de Rijn door het dal heen wurmen.

Het wandelpad is heel goed aangegeven maar gelukkig nog niet voorzien van allemaal hekken en andere verstorende elementen. Op heel wat plekken kon je, voor ons gevoel heel on-Duits, met één misstap richting Rijn naar beneden kukelen. Wij zijn heel en zonder blaren in ons eindpunt Kaub aangekomen. Terug zijn we gaan varen. De heentocht was vijf dagen lopen, in 2,5 uur waren we met de boot weer terug bij ons beginpunt.

Bent u een wandelaar en wilt u eens op ongeveer drie uur rijden van Nederland een fraaie meerdaagse tocht wandelen? Dan weet u bij deze de tip al die ik graag wil geven.

Aanbevolen: Landgoed Anningahof

We wonen inmiddels al heel wat jaren in de buurt van Zwolle. Maar er was een krantenbericht voor nodig om ons te attenderen op een beeldentuin aan de noordzijde van de stad. Voor degenen die de  omgeving een beetje kennen daar; het landgoed ligt in de buurt van Ikea, om precies te zijn aan de Hessenweg 9.

Inmiddels zijn we er geweest en we waren stomverbaasd. Zoveel fraaie beelden in een nog maar pas vrijwel geheel nieuw aangelegde tuin, prachtig! Onderstaand vindt u een paar van de beelden die op Landgoed Anningahof staan. Maar eigenlijk past hier verder maar een zin: ga er zo snel mogelijk heen om het zelf te aanschouwen.

 

MCTL – Basisboek

Het gaat rap; mijn tweede boek is deze week ook verschenen.

Een boek over MCTL, een framework op mijn vakgebied. MCTL staat voor Managing Computer Technology Library. Centraal staan de vragen: “Hoe haalt u uit IT wat erin zit? en “Hoe zorgt u voor een blijvend optimale inzet van IT in uw eigen bedrijf?”. Het is een onderwerp dat mij al jaren mateloos interesseert. Er wordt natuurlijk (gelukkig!) al veel gedaan met IT, of hoe ik het liever noem: computertechnologie.

Computers zie je tegenwoordig op heel veel plaatsen. Maar gaat het altijd goed? Doorgaans zijn moeiteloos heel veel verbeteringen te noemen. Waarom gebeurt dat dan niet meteen? MCTL is de afgelopen jaren ontstaan en biedt een gestructureerde aanpak. Met als resultaat: een optimale inzet van computertechnologie. Er wordt uit deze technologie gehaald, wat erin zit. En natuurlijk worden ook alle ontwikkelingen nauwlettend gevolgd en waar mogelijk toegepast.

Klinkt te mooi om waar te zijn? Ach, er zal altijd wel wat te wensen overblijven, ook bij het gebruik van MCTL. Dat dit framework kan helpen, daar ben ik wel van overtuigd. Ik hoop dat u er ook wat aan heeft.

Snel, sneller, snelst

De wereld verandert steeds sneller. Zeggen we. Denken we. Ook in het bedrijfsleven is de focus vooral gericht op de verdiensten van vandaag, morgen of de komende paar maanden. Ik ben zelf wat meer van de langere termijn. Ik vind het interessant om vandaag en morgen zinvolle dingen te doen, maar ook na te denken over volgend jaar en de komende jaren. Dat is op dit moment geen populair onderwerp.

Onlangs viel mijn oog op onderstaande brief. Dit is een brief van Larry Fink, de CEO van BlackRock. BlackRock is het grootste investeringsfonds ter wereld, en toch bepaald niet vies van winst op de korte termijn. Maar in deze brief wordt het belang van de lange termijn bij veel bedrijven waarin BlackRock een belang heeft onder de aandacht gebracht. Wie weet kan het ook u inspireren om niet alleen steeds sneller achter de korte-termijn veranderingen aan te rennen, maar juist eens de rust te nemen voor de lange termijn. U heeft er letterlijk de tijd voor, echt.

————–

Over the past several years, I have written to the CEOs of leading companies urging resistance to the powerful forces of short-termism afflicting corporate behaviour. Reducing these pressures and working instead to invest in long-term growth remains an issue of paramount importance for BlackRock’s clients, most of whom are saving for retirement and other long-term goals, as well as for the entire global economy.

While we’ve heard strong support from corporate leaders for taking such a long-term view, many companies continue to engage in practices that may undermine their ability to invest for the future. Dividends paid out by S&P 500 companies in 2015 amounted to the highest proportion of their earnings since 2009. As of the end of the third quarter of 2015, buybacks were up 27% over 12 months. We certainly support returning excess cash to shareholders, but not at the expense of value-creating investment. We continue to urge companies to adopt balanced capital plans, appropriate for their respective industries, that support strategies for long-term growth.

We also believe that companies have an obligation to be open and transparent about their growth plans so that shareholders can evaluate them and companies’ progress in executing on those plans.

We are asking that every CEO lay out for shareholders each year a strategic framework for long-term value creation. Additionally, because boards have a critical role to play in strategic planning, we believe CEOs should explicitly affirm that their boards have reviewed those plans. BlackRock’s corporate governance team, in their engagement with companies, will be looking for this framework and board review.

Annual shareholder letters and other communications to shareholders are too often backwards-looking and don’t do enough to articulate management’s vision and plans for the future. This perspective on the future, however, is what investors and all stakeholders truly need, including, for example, how the company is navigating the competitive landscape, how it is innovating, how it is adapting to technological disruption or geopolitical events, where it is investing and how it is developing its talent. As part of this effort, companies should work to develop financial metrics, suitable for each company and industry, that support a framework for long-term growth. Components of long-term compensation should be linked to these metrics.

We recognise that companies operate in fluid environments and face a challenging mix of external dynamics. Given the right context, long-term shareholders will understand, and even expect, that you will need to pivot in response to the changing environments you are navigating. But one reason for investors’ short-term horizons is that companies have not sufficiently educated them about the ecosystems they are operating in, what their competitive threats are and how technology and other innovations are impacting their businesses.

Without clearly articulated plans, companies risk losing the faith of long-term investors. Companies also expose themselves to the pressures of investors focused on maximizing near-term profit at the expense of long-term value. Indeed, some short-term investors (and analysts) offer more compelling visions for companies than the companies themselves, allowing these perspectives to fill the void and build support for potentially destabilizing actions.

Those activists who focus on long-term value creation sometimes do offer better strategies than management. In those cases, BlackRock’s corporate governance team will support activist plans. During the 2015 proxy season, in the 18 largest U.S. proxy contests (as measured by market cap), BlackRock voted with activists 39% of the time.

Nonetheless, we believe that companies are usually better served when ideas for value creation are part of an overall framework developed and driven by the company, rather than forced upon them in a proxy fight. With a better understanding of your long-term strategy, the process by which it is determined, and the external factors affecting your business, shareholders can put your annual financial results in the proper context.

Over time, as companies do a better job laying out their long-term growth frameworks, the need diminishes for quarterly EPS guidance, and we would urge companies to move away from providing it. Today’s culture of quarterly earnings hysteria is totally contrary to the long-term approach we need. To be clear, we do believe companies should still report quarterly results — “long-termism” should not be a substitute for transparency — but CEOs should be more focused in these reports on demonstrating progress against their strategic plans than a one-penny deviation from their EPS targets or analyst consensus estimates.

With clearly communicated and understood long-term plans in place, quarterly earnings reports would be transformed from an instrument of incessant short-termism into a building block of long-term behaviour. They would serve as a useful “electrocardiogram” for companies, providing information on how companies are performing against the “baseline EKG” of their long-term plan for value creation.

We also are proposing that companies explicitly affirm to shareholders that their boards have reviewed their strategic plans. This review should be a rigorous process that provides the board the necessary context and allows for a robust debate. Boards have an obligation to review, understand, discuss and challenge a company’s strategy.

Generating sustainable returns over time requires a sharper focus not only on governance, but also on environmental and social factors facing companies today. These issues offer both risks and opportunities, but for too long, companies have not considered them core to their business — even when the world’s political leaders are increasingly focused on them, as demonstrated by the Paris Climate Accord. Over the long-term, environmental, social and governance (ESG) issues — ranging from climate change to diversity to board effectiveness — have real and quantifiable financial impacts.

At companies where ESG issues are handled well, they are often a signal of operational excellence. BlackRock has been undertaking a multi-year effort to integrate ESG considerations into our investment processes, and we expect companies to have strategies to manage these issues. Recent action from the U.S. Department of Labour makes clear that pension fund fiduciaries can include ESG factors in their decision making as well. We recognise that the culture of short-term results is not something that can be solved by CEOs and their boards alone. Investors, the media and public officials all have a role to play. In Washington (and other capitals), long-term is often defined as simply the next election cycle, an attitude that is eroding the economic foundations of our country.

Public officials must adopt policies that will support long-term value creation. Companies, for their part, must recognise that while advocating for more infrastructure or comprehensive tax reform may not bear fruit in the next quarter or two, the absence of effective long-term policies in these areas undermines the economic ecosystem in which companies function — and with it, their chances for long-term growth.

We note two areas, in particular, where policymakers taking a longer-term perspective could help support the growth of companies and the entire economy:

• First, tax policy too often lacks proper incentives for long-term behaviour. With capital gains, for example, one year shouldn’t qualify as a long-term holding period. As I wrote last year, we need a capital gains regime that rewards long-term investment — with long-term treatment only after three years, and a decreasing tax rate for each year of ownership beyond that (potentially dropping to zero after 10 years).

• Second, chronic underinvestment in infrastructure in the U.S. — from roads to sewers to the power grid — will not only cost businesses and consumers $1.8 trillion over the next five years, but clearly represents a threat to the ability of companies to grow. At a time of massive global inequality, investment in infrastructure — and all its benefits, including job creation — is also critical for growth in most emerging markets around the world. Companies and investors must advocate for action to fill the gaping chasm between our massive infrastructure needs and squeezed government funding, including strategies for developing private-sector financing mechanisms.

Over the past few years, we’ve seen more and more discussion around how to foster a long-term mindset. While these discussions are encouraging, we will only achieve our goal by changing practices and policies, and CEOs of America’s leading companies have a vital role to play in that debate.

Corporate leaders have historically been a source of optimism about the future of our economy. At a time when there is so much anxiety and uncertainty in the capital markets, in our political discourse and across our society more broadly, it is critical that investors in particular hear a forward-looking vision about your own company’s prospects and the public policy you need to achieve consistent, sustainable growth. The solutions to these challenges are in our hands, and I ask that you join me in helping to answer them.

Sincerely,

Laurence D. Fink

——————-

Vliegen met een paramotor

Dit jaar had ik een briljant idee. Vond ik tenminste. Voor mijn verjaardag vroeg ik iets wat al jaren op mijn bucketlist stond. Nu zult u zeggen; dat is toch nogal voor de hand liggend? Zeker. Maar op een of andere manier kan ik op het moment dat mijn verjaardag in zicht komt nooit iets verzinnen. Om een paar maanden daarna weer naar een nauwelijks slinkende bucketlist te kijken…

Dit jaar ging het dus goed. Nu is vliegen met een paramotor in februari niet zo’n goed idee. Je vliegt gemotoriseerd maar wel in de open lucht hangend onder een scherm dat ook wel bij paragliding wordt gebruikt. Half augustus, met rustig weer en een beetje zon, is het er toch van gekomen.

Bij stom toeval, maar wel een gelukkig toeval was ParaTwente, een bedrijf dat dit soort vluchten aanbiedt, die dag in Oene. Die plaats ligt vanaf Olst gezien aan de overkant van de IJssel. Een buitenkans dus om te vliegen over het gebied waar we zelf wonen. Woonwijken mijden ze met een paramotor het liefst wel gezien de mogelijke geluidsoverlast, maar we zijn er dichtbij gekomen. Ons huis kon ik bijna letterlijk onder mijn voeten zien. En even later de IJssel, de pont, een landhuis en koeien. Vliegen in de openlucht, een paar honderd meter van de grond met een vaartje van zo’n 50km per uur, dus lekker rustig aan, is toch echt heel bijzonder.

Al met al een leuke ervaring en weer een streep door een van de items op mijn bucketlist. Nog 134 te gaan.