Voetbal

Het WK is losgebarsten. Wij doen hier mee. Nee, niet met het voetbal. Wij zitten net als het hele Nederlandse elftal gewoon thuis. Maar we hebben een voetbal pool. En daardoor is de interesse in ons huis bovenmatig groot en genieten we er toch van.

Gisterenavond was de wedstrijd Marokko – Iran. Tot verbazing van velen won Iran. Maar wel door een eigen goal van Marokko. Dat deed me terugdenken aan mijn eigen kortstondige voetbalcarrière. Die speelde zich af  op het allerlaagste niveau. Al met al heeft ie toch nog wel 10 jaar geduurd. De carrière bleek echter een volledig vlakke lijn, enige progressie bleek vanaf het begin kansloos. Toch ben ik er wel trots op dat ik in die hele periode zeker een stuk of 2, 3 doelpunten heb gemaakt. En dat als verdediger. Minstens een ervan, zo kan ik me herinneren, was zelfs totaal onhoudbaar door de keeper. In een ander geval kreeg ik pas in de gaten dat de bal in het net was verdwenen toen mijn ploeggenoten op mij afstoven. Er is slechts een kleine maar aan dit verhaal. Zonder uitzondering waren mijn doelpunten helaas in het eigen doel. Dat ze mij nog zo lang hebben getolereerd is nog steeds een raadsel. Na een flinke knieblessure ben ik gestopt. En mijn team werd prompt in het jaar erop kampioen.

De informatiegestuurde politie

Een term die her en der steeds meer opduikt is “De informatiegestuurde…” gevolgd door een vakgebied of beroep. Zo viel mij een tijdje geleden de term “De informatiegestuurde politie” op. Ik dacht er eens over na. Want informatie kan natuurlijk veel betekenen in de opsporing van boeven. Door de juiste politieinzet op de juiste plaatsen. Of door de auto’s met verdachte kentekens wat meer in de smiezen te houden. Het leidt vast tot een optimalisatie van de politieinzet.

Maar mijn gedachten dwaalden af naar de concrete uitwerking ervan. Als je dit concretiseert is er immers een computersysteem dat aan de hand van data en indicatoren aangeeft wat een agent of rechercheur al dan niet moet doen. Dat woordje “sturing” ging me dus in mijn gedachten een beetje dwars zitten. Want op die manier wordt een agent een verlengstuk van de computer. En is dat nu wat wij willen? Je zou toch zeggen dat een agent ook op basis van eigen expertise en vakmanschap moet kunnen handelen. Maar ja…dan komt er vrees ik vast spoedig een onderzoek uit de kast rollen waarin glashard wordt aangetoond dat een computer betere analyses kan maken dan een agent. Dus afwijken van de “vrijblijvende” sturing door de computer leidt tot…slechtere resultaten. En dan zitten we in een spagaat: voor de organisatie is het wellicht wenselijk dat agenten precies de informatie en sturing uit de computer volgen, maar menselijkerwijs heb ik toch zo mijn bedenkingen.

Het is overigens een aloud probleem. Al heel vroeger was een bekende uitspraak “Computer says no”:

Ook in de gezondheidszorg wordt steeds meer computertechnologie ingezet die artsen ondersteunt met onderzoek en behandelplannen. En ook daar speelt dezelfde discussie: stel dat de computer op basis van alle gegevens tot een bepaalde conclusie komt, en een bepaalde behandeling voorschrijft, in hoeverre kan een arts daar dan vanaf wijken?

Of, tot slot, een praktijkvoorbeeld bij de overheid. Enige tijd geleden sprak ik een medewerker van een gemeente. Hij vond het stiekem best lekker als bij de aanvraag voor bijzondere bijstand “het systeem” de beslissing nam. Dan hoefde hij geen nee meer te verkopen. Maar of dat nu de situatie is die wij met zijn allen willen, blijft toch de vraag. Ik ben er niet uit moet ik eerlijk zeggen. Want ik ben ervan overtuigd dat computers op sommig gebied betere beslissingen kunnen nemen dan mensen. Maar ja, dan kom je dus meteen in de situatie waarin je je als mens naar de computer moet schikken. En tja…juist dat voelt dan toch niet goed.

Nothing else matters – Metallica

Van de Verenigde Staten mag je een hoop vinden. Van de manier waarop ze daar omgaan met de rest van de wereld. Of van de uiteenlopende aard van de presidenten die ze inmiddels hebben gekozen.

Maar wat ik zelf enorm kan waarderen aan de VS is dat ze daar wel lef hebben. Onder andere op muzikaal gebied. Wat me elke keer weer opvalt hoeveel combinaties van artiesten met zeer uiteenlopende soorten muziek daar ontstaan. Terwijl in Nederland, met de mond vol diversiteit en verbinding, iedereen lekker veilig in zijn eigen hokje blijft. Een van de fraaiste voorbeelden ooit wat mij betreft is Metallica:

Het is inmiddels een al wat ouder voorbeeld. Maar een voorbeeld dat we wat mij betreft in Nederland wel eens wat meer ter harte zouden kunnen nemen. En zo geldt het ook voor bijvoorbeeld politiek; iedereen zit veilig in zijn eigen hokje en is het gruwelijk met elkaar eens. Als er al contact is met “de ander”, dan ontstaat er geen dialoog waar beiden wat van kunnen leren. Of in ieder geval begrip voor elkaar of elkaar op zijn minst snappen. Nee, veel te vaak ontstaat in een oogwenk een radicale, 100% afwijzing van die ander. Ik zie het met lede ogen aan.

Coachen met varkens

Ik woon alweer jaren in een landelijk gebied, maar kom uit de randstad. Voordat ik hier kwam wonen kende ik dit gebied al wel een beetje van vakanties uit mijn jeugd. Daarna kwam ik hier wel zakelijk voor heisessies die in dit soort gebieden worden gehouden. Om de broodnodige strategie te ontwikkelen, herijken of wat al niet meer.

Nog steeds is dit gebied zakelijk goed op dreef. De laatste jaren is coaching populair. Dat schijnt beter te verlopen in een landelijke lucht. Die vaak fris is, maar in het voorjaar, als de mest wordt uitgereden, mij toch wat minder aantrekkelijk overkomt. Coaching gaat als ik het allemaal goed heb begrepen om mensen, maar in deze regio heeft het een hoog “dieren” gehalte gekregen. Zo is het onder meer mogelijk om te coachen met paarden. Of je dan de paarden moet coachen, je beter leert coachen door met paarden bezig te zijn of nog iets totaal anders was mij na een hele middag nog niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk werd is dat de met stip meest onaangename persoon in ons gezelschap de beste prestatie leverde. Deze kleine Mussolini had binnen no-time de paarden in het gareel en dat scheen de bedoeling te zijn.

Een andere vorm van coaching die in deze omgeving wordt aangeboden is de Sheepdog Experience. Je leert dan coachen aan de hand van een kudde schapen inclusief bijbehorende honden. Ik ben er maar niet aan begonnen gezien de eerdere ervaring met de paarden. Het schijnt dat de schapen je een spiegel voorhouden.

De meest bijzondere vorm tot nu toe vind ik “Coachen met varkens”. We kwamen het tegen op een bord toen we hier in de buurt met de fiets op pad waren. Nu zult u misschien zeggen; coachen met varkens, dat doe ik dagelijks al op mijn werk. Maar ik moet zeggen dat de twee coaches bijzonder relaxed achter het hek in de zonovergoten modder lagen te wachten. Toen ik later nog wat onderzoek deed begreep ik dat op dezelfde locatie ook coachen met geiten, een pony, ezel of honden mogelijk is. En zelfs met cavia’s. Pick your choice…

De coaches komen informeren wat ze voor ons kunnen betekenen…

Mocht het met het coachen uiteindelijk toch niet zo goed uitpakken, dan kan ik aanbevelen gewoon even in het landschap naar links en dan weer naar rechts te kijken. En er vervolgens uren in rond te gaan dwalen. Misschien voor het werk niet zo heel zinvol, maar het geeft vast een goed gevoel. En dat is ook wat waard.

Bureaucratie, het beste van twee kwaden?

Op bureaucratie wordt tegenwoordig veel gemopperd. En als er veel op gemopperd wordt, vinden kennelijk veel mensen het geen goed idee. Maar tja, dan is mijn eerste gedachte: als het zo’n slecht idee is, waarom is het dan ooit ontstaan? Want als het al vanaf het begin een slecht idee was, dan was het toch nooit tot wasdom gekomen? En zeker niet op de schaal waarop bureaucratie tegenwoordig voorkomt.

Terug in de tijd. Ooit had een gemiddelde burger weinig rechten en was vooral overgeleverd aan de luimen van de plaatselijke heerser. Bureaucratie had oorspronkelijk als positief effect dat de rechten van burgers werden vastgelegd en iedereen gelijk behandeld zou gaan worden. En dat is tot op de dag van vandaag zo; wat zouden we moeten als er geen enkele wet zou bestaan? Het recht van de sterkste zou al snel gaan gelden en dat is toch een weinig aanlokkelijk vooruitzicht.

Nog steeds geldt dat elke keer dat een regel wordt bedacht en vervolgens in een bureaucratische setting wordt uitgevoerd er een aanleiding voor is. Hopen we tenminste maar. Een regel uitdenken, ingevoerd krijgen en vervolgens uitvoeren vergt immers een aanzienlijke inspanning. Kennelijk is dat het waard. Alleen, het punt is, op het moment dat de regel wordt bedacht is het wellicht een goed idee. Maar tijden veranderen, omstandigheden, mensen… en wat dan ooit een goed idee was is het later niet meer. Het is bijvoorbeeld goed te zien in de gezondheidszorg, die nogal te lijden heeft onder regelzucht. Maar gaan we regel voor regel beoordelen, dan blijkt elke keer weer dat er best wel een goede aanleiding voor de regel was. Maar wanneer schaffen we een regel weer af?

Ik pleit er daarom voor voortaan elke regel en elke wet/besluit die ten grondslag ligt aan deze regel een etiket mee te geven. Op dat etiket staat “Te gebruiken tot”. Zodat iedereen die een regel verzint, wordt gedwongen na te denken over het moment dat de regel niet meer moet gelden. Omdat het oorspronkelijke doel is vervallen of omdat de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat de regel in plaats van een positief effect, een negatief effect heeft gekregen. En laten we van dit idee dan een regel maken.

Productontwikkeling in een digitale wereld

Nieuw boek!

Het is zover, er is (weer) een nieuw boek verschenen:

Misschien wel degene waar ik tot nu toe het meest trots op ben. Mijn eerste boek, Rolling Thunder, had een leuk onderwerp maar was voor mij vooral een test om te kijken hoe dat zou gaan, een boek schrijven. De boekenreeks die ik maak rondom MCTL is feitelijk een afgeleide van alles wat op internet verschijnt rondom dit framework. Het boek was zojuist is gepubliceerd; “Productontwikkeling in een digitale wereld” heeft een onderwerp dat me het meest na aan het hart ligt.

Het boek gaat namelijk over computertechnologie: eruit halen wat erin zit. In de afgelopen tientallen jaren is er vooral hard gewerkt om IT draaiend te krijgen. De komende tijd wordt veel spannender: door nog eens goed over computertechnologie na te denken kunnen nieuwe producten en diensten worden gecreëerd. Kijk maar op internet, daar is dat al gaande. Of bestaande producten en diensten worden verbeterd, zoals bijv. Tesla doet met een auto die (al een beetje) zelf kan rijden. Er zijn talloze mogelijkheden te bedenken en dit boek is daarvoor een inspiratiebron. Het biedt daarnaast ook houvast; je kunt immers in het wildeweg acties gaan uitvoeren, maar hoe weet je nu of je niet heel veel kansen mist? Door een systematische aanpak, waarvan er in het boek vier verschillende zijn beschreven, worden alle mogelijkheden van computertechnologie beschouwd. De uitdaging blijft natuurlijk om dat te vertalen naar concrete producten en/of diensten. Ik hoop in ieder geval dat iedereen die dit boek leest geïnspireerd raakt om nog eens heel goed naar de producten en diensten van het eigen bedrijf te kijken en waar mogelijk meer gaat doen met computertechnologie.

Kopen? Dat kan natuurlijk via Bol.com etc., maar ook rechtstreeks via: https://www.mijnmanagementboek.nl/books/134884/.

Autoverhuur a la 1986

Afgelopen zaterdag hadden we een busje nodig om wat spullen te verhuizen. Vooraf hadden we het, zoals dat in 2018 gaat, geregeld via internet. De site was gebruikersvriendelijk en met niet veel moeite was de gewenste bus bij elkaar geklikt en de administratie geregeld. Dachten we.

Op de grote dag, gisteren dus, togen wij vol goede moed naar de plek waar de bus al op ons zou staan te wachten. Aan de balie was één klant voor ons, dus het zou niet al te lang duren voordat wij met bus en al op pad waren, zo was ons idee. Helaas was het bedrijf, werkelijk een grote naam op het gebied van verhuur, en kennelijk ook heel succesvolle, administratief in de jaren 80 van de vorige eeuw blijven steken. Het zoeken naar de juiste sleutels, het nogmaals intypen van gegevens, het controleren van de auto…het ging allemaal precies zoals bij mijn eerste verhuizing. Lang geleden. Heel lang geleden. En dat is dus geen compliment. Het alleraardigste moment aan de balie, we hadden immers alle tijd om alles goed in ons op te nemen, was toen de printer aan het werk ging. Uit een hoek steeg een geratel op dat ik nog herkende van 1986. Een kleine printer ratelde vrolijk lettertjes op kettingpapier met twee doorslagvelletjes. Ik vroeg me meteen af hoeveel mensen die laatste term eigenlijk nog kennen. De baliemedewerker scheurde na het printen voor onze neus de randen van het papier af en gaf ons een van de gekleurde exemplaren.

Nu ben ik er bepaald geen voorstander van nieuwe technologie meteen maar te gaan inzetten ter vervanging van iets wat goed werkt. Maar dit was toch wel het andere uiterste. Ik heb het niet precies bijgehouden, maar ik denk dat voor deze simpele verhuur ergens tussen de 10 en 15 minuten gewerkt moest worden om alle administratie op orde te krijgen. En dat is toch wel mijn punt als ik er op terugkijk; met computertechnologie kun je echt niet alles in het leven verbeteren of makkelijker maken. Maar dit wel. Ik ben dus nu al benieuwd hoe het de volgende keer zal gaan.

Wandelen 2018

Het weer leent zich er nu nog niet direct voor, maar het duurt niet lang meer of het seizoen voor nieuwe wandeltochten begint. Ik heb er zin in. Vroeger had ik een enorme hekel aan wandelen, met name omdat het zo langzaam gaat. Maar ik ben er achter gekomen dat wandelen juist een heel aangenaam tempo heeft. Je hebt de tijd om de hele omgeving te scannen zonder dat je bang hoeft te zijn van de weg af te raken met fiets of auto. Bovendien gaat het veel minder langzaam dan ik ooit dacht. Als je in de verte een kerktoren ziet, dan sta je er binnen een halfuur naast. Nog beter dan een kerktoren vind ik het als een parasol met bijbehorend terras in zicht komt. Daar ben je gek genoeg nog sneller.

Dit jaar gaan we in ieder geval aan het eind van de zomer een paar weken wandelen in Spaans Baskenland, bij de Picos de Europa. De naam doet vermoeden dat dit de hoogste bergen van Europa zijn, maar dat is niet het geval. Behoorlijk ruig is het er wel. Wij gaan er een meerdaagse trektocht doen en daarnaast een aantal dagwandelingen. Ook in Nederland zullen we de nodige wandelingen maken. Zo moeten, na 20 jaar, de laatste paar stukken Pieterpad maar eens worden gedaan. Of, op verzoek van onze dochter, af en toe eens een weekend in Twente, de Achterhoek of Limburg worden gepland. Met andere woorden, of we maar willen ophoepelen.

We zullen zien waar we allemaal terecht komen, maar de benen en schoenen hebben er in ieder geval zin in.

 

De magische voordeur

Mensen gebruiken privé tegenwoordig de meest uiteenlopende IT. Op een smartphone of tablet worden moeiteloos mooie vakantiereizen geboekt, in het café rekeningen gedeeld, maaltijden besteld, online tips gedeeld en wat al niet meer. Ook updates van apps worden zonder problemen geïnstalleerd en daarna gebruikt. Om maar niet te spreken over de digitale tv, sonos/jbl luidsprekers en het via een mobiel aansturen van verwarming en licht.

Maar dan. Dan wordt het maandagochtend en gaan diezelfde mensen naar hun werk. Ze lopen door de magische voordeur en dan… dan hangen ze de rest van de dag aan het functionele infuus. Op een of andere wijze worden de computervaardigheden bij de voordeur vakkundig gestript. Met twee digitale linkerhanden vervolgen zij daarna hun weg naar de werkplek. Key-users en functioneel beheerders in een bedrijf kunnen er van meepraten; de kleinste dingen zoals een onverwacht knopje op een scherm vormen opeens de grootste obstakels. Ik maak veel functioneel beheerders mee die met gemak tientallen procenten van hun tijd kwijt zijn aan dit soort eenvoudige support. Iedereen zegt dat het verhogen van de “zelfredzaamheid” van de gebruikers voor de toekomst een speerpunt is. Maar volgens mij is die toekomst allang begonnen.

En dan kom ik op mijn gedachte op een onverwacht koude zaterdagmiddag: Wanneer zullen we als functioneel beheerders in de situatie komen dat we gebruik gaan maken van de toch echt hoge computervaardigheden van veel mensen? Wat doen wij functioneel nog niet goed genoeg?

Ik denk in ieder geval dat een deel van de oplossing in de gebruikte systemen ligt. Sommige bedrijfssystemen zijn dusdanig droevig van opzet dat een beetje normaal mens de weg wel kwijt moet raken. Het lijkt soms wel boosaardige opzet. Maar bestaan toch zeker ook systemen die best goed functioneren. En dan denk ik stiekem wel eens; was er maar niet zoveel hulp beschikbaar. Want het is natuurlijk wel makkelijk, meteen kunnen bellen, mailen of Whatsappen om a-la-minute hulp te krijgen. Hoef je niet zelf de moeite te doen. Dat zou ervoor pleiten dat key-users en functioneel beheerders wat minder hulpvaardig zouden moeten zijn. En dat stuit me dan ook wel weer tegen de borst, want daar zijn ze nu juist onder andere ook voor. Wat is wijsheid? Of is het gewoon wachten tot de huidige tieners en twintigers massaal op de werkvloer verschijnen. Zij hebben structureel een veel minder grote hulpvraag, en zo zou het door de tijd eenvoudig worden opgelost. Zou het?

Je bent wie je bent, toch?

De afgelopen weken was het onderwerp orgaantransplantatie veel in het nieuws. Niet ten onrechte, het is tenslotte een belangrijk maar ook wel enigszins beladen onderwerp. Ik ben al jaren orgaandonor, en dat vind ik heel normaal. Maar ik kan me ook goed voorstellen dat iemand redenen heeft om geen donor te willen zijn. Even goede vrienden. En mocht juist zo iemand toch een orgaan nodig zou hebben dan kunnen ze dat ook van mij krijgen. Na mijn eigen dood dan wel.

Bij die hele discussie had ik eigenlijk heel andere gedachten die mij meer bezighouden. En dat komt door de vraag: Wat maakt je wie je bent?

Een gedachtenexperiment om mee te beginnen. Stel dat je een niertransplantatie ondergaat. Dan ligt het voor de hand om toch nog steeds te denken dat je dezelfde persoon bent gebleven. Maar vervolgens worden je hart, een deel van je huid…en ga zo maar door getransplanteerd. Uiteindelijk is alles van je lichaam voor 100% getransplanteerd. Ben je dan nog steeds die oorspronkelijke persoon? En zo nee, wanneer is dan het moment dat je die oorspronkelijke persoon niet meer bent? Is dat plotsklaps, op een moment, of gaat dat geleidelijk? Of ligt het aan een orgaan, bijvoorbeeld je hersenen? Als die worden getransplanteerd (zodra dat mogelijk wordt natuurlijk), ben je op dat moment een ander persoon geworden? En wie dan? Degene van wie de hersenen oorspronkelijk waren?

Het is natuurlijk maar een gedachte, op dit moment. Maar de tijd is niet ver meer dat we heel veel onderdelen van ons lichaam kunnen transplanteren. En erger nog, dat de nieuwe onderdelen niet uit een ander mens komen, maar uit een machine. Daarover doordenken geeft helemaal een ingewikkeld beeld. En dan zijn er ook nog eens mensen die de mening zijn toegedaan dat ergens ook nog een ziel aanwezig is. Ik zou maar oppassen met al dat transplanteren..