Je bent wie je bent, toch?

De afgelopen weken was het onderwerp orgaantransplantatie veel in het nieuws. Niet ten onrechte, het is tenslotte een belangrijk maar ook wel enigszins beladen onderwerp. Ik ben al jaren orgaandonor, en dat vind ik heel normaal. Maar ik kan me ook goed voorstellen dat iemand redenen heeft om geen donor te willen zijn. Even goede vrienden. En mocht juist zo iemand toch een orgaan nodig zou hebben dan kunnen ze dat ook van mij krijgen. Na mijn eigen dood dan wel.

Bij die hele discussie had ik eigenlijk heel andere gedachten die mij meer bezighouden. En dat komt door de vraag: Wat maakt je wie je bent?

Een gedachtenexperiment om mee te beginnen. Stel dat je een niertransplantatie ondergaat. Dan ligt het voor de hand om toch nog steeds te denken dat je dezelfde persoon bent gebleven. Maar vervolgens worden je hart, een deel van je huid…en ga zo maar door getransplanteerd. Uiteindelijk is alles van je lichaam voor 100% getransplanteerd. Ben je dan nog steeds die oorspronkelijke persoon? En zo nee, wanneer is dan het moment dat je die oorspronkelijke persoon niet meer bent? Is dat plotsklaps, op een moment, of gaat dat geleidelijk? Of ligt het aan een orgaan, bijvoorbeeld je hersenen? Als die worden getransplanteerd (zodra dat mogelijk wordt natuurlijk), ben je op dat moment een ander persoon geworden? En wie dan? Degene van wie de hersenen oorspronkelijk waren?

Het is natuurlijk maar een gedachte, op dit moment. Maar de tijd is niet ver meer dat we heel veel onderdelen van ons lichaam kunnen transplanteren. En erger nog, dat de nieuwe onderdelen niet uit een ander mens komen, maar uit een machine. Daarover doordenken geeft helemaal een ingewikkeld beeld. En dan zijn er ook nog eens mensen die de mening zijn toegedaan dat ergens ook nog een ziel aanwezig is. Ik zou maar oppassen met al dat transplanteren..

Hypnotiserend

Ik ben muzikaal (letterlijk) groot gegroeid in de jaren 70-80. Hardrock, glamour rock, ska, new wave, punk…er was genoeg te kiezen. Ik vond veel verschillende stromingen leuk, maar new wave het meest aansprekend. Dat is mijn hele leven bijgebleven. Grappig genoeg spreekt daardoor hedendaagse muziek van bijv. Editors ook aan.

Als ik terugdenk aan die jaren was, na Talking Heads, waar ik het meest fan  van was, New Order een goede tweede. Een minder bekend nummer van die band is “World In Motion”.

Gemaakt om het Engelse elftal aan te moedigen. Vraag me niet welk kampioenschap of welk jaar. Dit nummer heb ik inmiddels eindeloos veel gedraaid. Ooit had ik eens, als experiment, twee huiskamerboxen dicht bij elkaar gezet, vervolgens naar elkaar toe gedraaid, versterker op 10, hoofd ertussen en juist dat nummer een dik uur in replay modus achter elkaar gedraaid. Het ritme van het nummer komt dan, voor je gevoel althans, niet meer via je oren maar rechtstreeks via je schedel binnen. Dat ik er geen permanente gehoorschade aan over heb gehouden is nog steeds een raadsel. Maar het was…hypnotiserend. Na een uur wilde ik eigenlijk nog langer, heel veel langer, door. De tijd was op, anders…

Ik vind het nog steeds een bijzonder effect dat sommige muziek op je kan hebben. Hypnotiserend. Veruit de meeste muziek is behang, of aardig, of afschuwelijk, of… Maar soms, heel soms, heb je een nummer dat rechtstreeks binnenkomt. Zelfs na zoveel jaar nog.

Ik heb begrepen dat ze in sommige verzorgingshuizen expres de huiskamer zo inrichten zoals de bewoners dat in hun jeugd gewend waren. Met Alzheimer schijn je steeds verder terug in de tijd te moeten gaan om een punt van herkenning te creëren. Op dit moment dus een inrichting uit de jaren 60. Mocht ik ooit in zo’n tehuis terecht komen dan hoop ik dat er een flinke geluidsinstallatie staat. Wat mij betreft draaien ze dan elke dag “World In Motion”. De rest van de wereld is dit nummer dan vast allang vergeten. Maar als ik eenmaal in zo’n tehuis verblijf, ben ik juist andersom de rest van de wereld vergeten. Het lijkt me een perfecte match.

Colombia

Het is januari en in Nederland is het koud. Wij zitten hier in t-shirt en korte broek op een terras met uitzicht op Salento. Een dorp een paar honderd kilometer ten zuiden van Medellín. Van Salento had u waarschijnlijk nog nooit gehoord, maar bij Medellin gaat vast een belletje rinkelen. Colombia dus. En u begrijpt, we zijn bezig met mijn favoriete tijdverdrijf: vakantie. We zijn inmiddels anderhalve week in Colombia en hebben nog bijna twee weken te gaan.

Palmen in de buurt van Salento

Tot nu toe bevalt het land buitengewoon. U kunt zich de reacties voorstellen van familie en vrienden, maar wij hebben een buitengewoon relaxed gevoel hier, ook ’s avonds. Natuurlijk moet je, net als op de meeste andere plaatsen in deze wereld, wel een beetje opletten. Maar de mensen zijn buitengewoon vriendelijk en behulpzaam. Al is dat laatste vaak wel in het Spaans en dat is voor ons nog wel een opgave. We komen veel andere stellen en alleengaanden tegen, dus we voelen ons bepaald niet uitzonderlijk. Wat vooral aardig is; ook Colombianen zelf zijn op dit moment massaal op reis in eigen land. Het is ook voor hen vakantietijd, en na heel wat jaren van treurnis genieten zij zo te zien met volle teugen van de hernieuwde veiligheid.

Ik meet de toestand van een land wel eens af aan de manier waarop mensen in het verkeer met elkaar omgaan. Eerlijk gezegd had ik vooraf daarvan geen hoge verwachtingen, maar ik moet zeggen…het valt me mee. Met name voetgangers moeten het in veel landen ontgelden, maar het komt hier toch zeker wel een paar keer per dag voor dat auto’s inhouden als je wilt oversteken. Het klinkt misschien niet al te hoog gegrepen, maar vooralsnog vind ik het beter dan het wereldgemiddelde. Ook in de bus, taxi, collectivos en de jeeps waarvan we gebruik maken krijg je niet elke minuut het gevoel dat je einde nabij is. Hoewel er wel opvallend veel aan willekeurige kant en in welke bocht ook wordt ingehaald. Enige echt opvallende is dat de grote hoeveelheid verkeersborden toch op zijn best als suggesties worden opgevat en waarschijnlijk meer als decoratie worden gezien. Zo zijn er eindeloos veel borden te vinden die een maximumsnelheid van 30 of 40 km/u aangeven, maar doorrijden met 80 of 100 km/u, dus zonder remmen, is zonder blikken of blozen de norm.

Transport…

Ook de grote hoeveelheid politie en controleposten bemand door fors bewapende militairen zijn voor ons als gemiddelde Nederlander wel wat ongewoon. Waarschijnlijk nog te wijten aan vroeger tijden. De enige keer tot nu toe dat ons busje werd aangehouden en we aan de blik van de agent al zagen dat er niets klopte van de administratie, mochten we toch binnen enkele tientallen seconden doorrijden.

Het meest bijzondere landschap tot nu toe is de Tatacoa woestijn. Hoewel het eigenlijk geen woestijn mag heten omdat het er daarvoor veel te veel regent. En juist die combinatie, de regen, zorgt voor een heel vreemd geërodeerd landschap, waar je (voor hoelang nog) gewoon doorheen mag wandelen:

Tatacoa Desert

Genoeg over Colombia, de mensen en de natuur hier. Wij gaan verder met onze reis, morgen naar Medellín. En daarna nog verder naar het noorden, tot aan de kust. Voor we het weten is de vakantie alweer voorbij vrezen we. Maar ondertussen genieten we met volle teugen.

In een mensenleven…

We zijn bezig na te denken over een ander huis. Niet meteen, maar over enige jaren wellicht. Net als het huidige huis waarin we wonen, proberen we het zelf te bedenken en met een architect en aannemer te gaan realiseren. Geheel in de geest van de huidige tijd denken we zeker na over energiebesparing en het voorkomen van het gebruik van fossiele brandstoffen; aardgas dus.

Ik moest bij aardgas terugdenken aan mijn jeugd. Ik ben opgegroeid in Reeuwijk, een dorpje vlakbij Gouda. En in mijn vroege jeugd werd het aardgasveld in Slochteren ontdekt. Na enige jaren waren de leidingen gevorderd tot in onze buurt, want de aanleg duurde natuurlijk even:

In eerste instantie eindigden de aardgasleidingen een kilometer of vier van ons huis omdat wij in een onrendabele kern bleken te wonen. De aanleg van de leidingen zou niet terugverdiend kunnen worden. Enige jaren later werd alsnog de gasleiding aangelegd en kon de plaatselijke kolenboer met vervroegd pensioen.

Grappig genoeg maak je dus in een mensenleven mee dat het aardgas komt, en dat het ook weer verdwijnt. Als je maar lang genoeg leeft natuurlijk. En zo is het met veel zaken in een mensenleven; de stand van zaken op het moment dat je geboren wordt is heel anders als het moment dat je je ogen voor het laatst sluit. Grappig om die twee eens met elkaar te vergelijken. Want ook op het gebied van voedsel, communicatie, vakantie, werk, … er verandert zoveel in maar een jaar of 50, 60 of 80 tijd. Gelukkig maar overigens, want het leven zou anders wel heel veel herhaling bevatten. De laatste gedachte die mij op dit moment bekruipt is dat je je eigen rol in al die veranderingen moet zien te claimen. Wat draag je zelf bij in de periode dat je op de aarde rondloopt? Kun je dat overigens wel sturen, of lopen de meeste dingen gewoon zoals ze lopen? En hoe zorg je ervoor dat je niet gefrustreerd raakt over de dingen die je niet voor elkaar krijgt? Op veel terreinen gaan we vooruit, maar als ik kijk naar politiek en samenleving in de afgelopen twintig jaar heb ik daar toch niet zo’n goed gevoel over. Je zou je er bijna ook mee gaan bemoeien. Maar of dat gaat helpen…

Huisregels

Huisregels geven vaak regels die je met gezond verstand ook zou kunnen verzinnen. Onderstaande vond ik bij een organisatie die vaccinaties thuis verzorgt. Op zichzelf een heel goed idee. En de kosten? Die zijn vergelijkbaar met de GGD. Als een arts op huisbezoek komt is het nog niet zo gek dat zij wel haar werk moet kunnen doen. En veilig. Maar bij onderstaande huisregels vroeg ik me af wat iemand in zijn hoofd had bij het opstellen ervan: 

  • Het is verboden de arts met slag-, steek- of vuurwapens te ontvangen.
  • Het is niet toegestaan om tijdens het consult te roken, alcoholische drank te nuttigen of verdovende middelen te gebruiken.
  • Klanten onder invloed van alcohol en drugs worden niet door de arts geholpen.
  • Schreeuwen, schelden en het uiten van discriminerende of bedreigende taal wordt niet getolereerd.
  • Het is verboden om voorwerpen te gooien of vernielingen aan te richten
  • Schade aan goederen van de medewerker, xxx en derde partijen wordt altijd verhaald.
  • Klanten dienen bij het bezoek van de arts voldoende/ gepast gekleed te zijn.
  • De ruimte waarin gevaccineerd wordt, dient rustig te zijn.
  • Eventueel loslopende huisdieren dienen op verzoek van de arts te worden verwijderd.

En het probleem is natuurlijk: wat te doen als iemand een python los in zijn huiskamer heeft? Of handgranaten uit de Tweede Wereldoorlog verzameld en op de tafel heeft liggen? Of niet te weinig, maar juist heel veel kleding aan heeft en vervolgens uit religieuze of andere overtuigingen niets uit wil doen? Of…

Een roemrucht voorbeeld uit het verleden geeft het probleem ook nog eens mooi aan. Bij de slager hangt een bord: “Verboden voor honden en katten”. Mag je dan wel met een rat op je schouder naar binnen? De lijst met verboden wordt al snel eindeloos lang. Terwijl de bedoeling van de slager is: ‘mensen naar binnen, (huis)dieren niet’.

Slimmer is om niet aan te geven wat allemaal niet de bedoeling is, maar wat wél. Uiteindelijk vermoed ik dat we met een portie gezond verstand het verst komen. Want stel dat u bij iemand aan de deur komt om iets te doen. De deur zwaait open en het eerste wat u ziet is een Kalasjnikov. Gaat u dan werkelijk verwijzen naar de huisregels voordat u rechtsomkeert maakt?

 

 

Enerverende tijden

Nogal wat mensen vinden dat we in een enerverende tijd leven. Een tijd van grote, snelle veranderingen. Met name computers, niet geheel toevallig het gebied waar ik mijn werk in vind, spelen daar een belangrijke rol in. En inderdaad, als je kijkt naar een eenvoudig filmpje over een computer in de jaren 70 dan valt op hoeveel er sindsdien is veranderd:

Als u nu denkt, 1970, wat was dat ook alweer voor jaar? Wel, in dat jaar was bijvoorbeeld de Boeing 747 al een vrij gewoon vliegtuig:

Computers zijn in de afgelopen tientallen jaren overal in doorgedrongen: in fabrieken en huiskamers, in tassen van scholieren en in heel, veel andere apparaten. Het eind is nog lang niet in zicht. Er zijn wel geluiden, en dat kan ik vanuit mijn vakgebied wel ondersteunen, dat de grootste veranderingen nog moeten komen.

Toch bekruipt me het gevoel dat de veranderingen van de afgelopen decennia toch echt niet de grootste zijn die ooit hebben plaatsgevonden. Zo was er ruim een eeuw geleden een tijdperk dat auto’s in het straatbeeld verschenen en de eerste vliegtuigen succesvol het luchtruim kozen. Of nog even langer geleden, de komst van elektriciteit voor praktische toepassing. Of, alweer een paar eeuwen geleden inmiddels, de komst van de stoommachine en daarmee ook grootschalige bedrijven en wereldwijde handel op een schaal die vele malen groter was dan daarvoor.

Het zet de tijd waarin we nu leven in perspectief. Wat voor verandering zou in de komende decennia bepalend kunnen zijn? Zelf vind ik AI, artificial intelligence, een grote kanshebber. Het jaagt veel mensen schrik aan, dat we over niet al te lange tijd waarschijnlijk apparaten hebben die “intelligenter” zijn dan wij. Maar is dat de eerste vorm van intelligentie die ons overstijgt? Op dit moment ligt onze kat heerlijk op een kussen naast mijn laptop te slapen. Waarschijnlijk denkend aan morgen, wanneer ik erop uit ga om nieuw geld te verdienen om kattenblikjes en brokjes te kopen. Dat op verzoek van meneer morgenmiddag tijdig in de bakjes wordt geserveerd. Een aai erbij? Wat meneer maar wil. En als ik zo die snoet eens zie, dan denk ik wel eens; wie is hier nu de slimste in huis?

Terug naar AI. Intelligentie op zichzelf is natuurlijk niet genoeg. Gecombineerd met een apparaat dat die intelligentie kan benutten zoals in een robot, kan het hard een onvoorspelbare kant op gaan. Zeker als de intelligentie zichzelf kan reproduceren en verbeteren. Sneller en beter dan een mens het kan. De wereld zal gewoon blijven draaien, daar ben ik wel van overtuigd. Maar de rol van de mens op die aarde wordt dan wel ongewis. Het is niet voor niets dat er echt, serieus voor wordt gewaarschuwd. Helaas blijkt uit het verleden dat alle technologie die de mens tot op heden heeft bedacht, hoe destructief ook, altijd is toegepast. Dat geeft niet veel hoop. Vooralsnog zie ik meer de positieve kant; als er “iets” komt dat beter is, waarom zouden we dat dan laten? Ik weet niet hoe het met u is, maar ik ben toch vooral nieuwsgierig naar de komende jaren.

De waarde van informatie

Deze week had ik een meeloop dag. Dat heb je als docent af en toe, dat je meeloopt met een andere docent in een cursus of workshop. Handig om snel te leren wat de bedoeling is als je in de toekomst zelf de cursus of workshop ook moet gaan geven. De inhoud was me maar al te vertrouwd. Ik werk al jaren in het vakgebied van wat ik maar simpel samenvat als “toepassing van IT”.

De hele dag ging het over informatiesystemen, informatievoorziening, informatie zus en informatie zo. Ik kreeg er een beetje de kriebels van. Wat ik al jaren geleden eens bedacht kwam deze dag weer boven: hoeveel waarde heeft informatie eigenlijk? Toentertijd kwam ik tot de conclusie; soms heel veel, soms heel weinig.

Een concreet voorbeeld. Ik loop het Isala binnen, strompelend en al. U kent het Isala niet? Dat is een fraai gebouwd ziekenhuis in Zwolle. Nu kennen ze me daar helemaal niet. Gelukkig. En stel dat zij via hun systemen totaal geen gegevens van mij kunnen vinden bij collega ziekenhuizen of waar dan ook. Toch moet ik natuurlijk wel worden onderzocht en wellicht behandeld.

Bij stom toeval strompelt tezamen met mij een andere man, zelfde leeftijd, zelfde lengte, afijn, u snapt het, naar binnen. Van deze man is alles bekend in het fraaie EPD (Elektronisch Patiënten Dossier) dat het Isala heeft. En vervolgens komt de cruciale vraag; hoeveel beter zal het onderzoek en de behandeling voor die man gaan dan bij mij? Ik vermoed dat het vast wel wat efficiënter zal verlopen, omdat ze sommige onderzoeken kunnen overslaan. En wellicht dat ze sneller een diagnose kunnen stellen, als er toevallig iets aan de hand is wat te relateren is aan eerdere kwalen. Maar bij elkaar vraag ik me werkelijk af hoeveel waarde al die informatie in het EPD heeft, hoeveel beter de patiënten af zijn, het personeel, het ziekenhuis, de zorgverzekeraars…

Er wordt ook vaak gesteld dat het EPD zo geweldig is als iemand uit Groningen in Brabant in het ziekenhuis terecht komt. En dat is ook zo. Maar ik zou wel eens de cijfers willen zien van het aantal Groningers dat op jaarbasis in een Brabants ziekenhuis terecht komt. Ik vrees dat er meer eindigen in een ziekenhuis aan de Turkse kust of in een Oostenrijks ziekenhuis aan het eind van een skipiste. Of iets dergelijks. En die hebben toevallig nou net geen toegang tot het Nederlandse EPD.

Een ander voorbeeld. Ik koop af en toe bij Bol.com. Dat is onmiskenbaar een succesvolle winkel. Mede omdat ze heel wat gegevens van mij bijhouden en proberen mij op maat te bedienen. Maar ook hier vraag ik me af hoeveel ze mij nu extra verkopen dankzij al die data. Doorgaans, ik weet het natuurlijk niet precies van Bol.com, is de conversie bij webwinkels enkele procenten. Dat wil dus zeggen; van alle bezoekers gaan enkele procenten met artikelen de digitale deur uit, en de rest met lege handen. Ik vroeg het een tijdje geleden bij de fysieke boekwinkel hier in het dorp. Die komt, zonder al die informatie die Bol.com wel van mij heeft, moeiteloos aan een procent of 50, dus de helft van alle bezoekers doet een aankoop. Met andere woorden; Bol.com kan in de toekomst misschien wel een Terabyte aan informatie over mij hebben verzameld, ik vrees dat dan nog steeds de boekhandel om de hoek het op het gebied van conversie beter doet. Gek.

Vind ik dan dat informatie nooit veel waard is? Dat zeker ook niet. Bijvoorbeeld zou ik dolgraag weten wat de beurskoers van een bedrijf morgen is. Betrouwbare informatie over het werkelijk rendement van een warmtepomp is ook van harte welkom. En niet alleen de optimistische cijfers van de leverancier. Of de isolatiewaarde van divers materiaal waarmee je muren van huizen kunt isoleren. Of…

Al met al eindigde ik de dag met het besef dat je toch vooral kritisch moet denken. Want ook in de gezondheidszorg is informatie waardevol. Niet altijd, niet overal. Wat mij overigens eigenlijk het meest zorgen baart in de gezondheidszorg; informatie wordt al heel snel geassocieerd met administratie. En die zorg deel ik met ze. Te vaak leidt IT tot verzwaring van de administratieve last. En dat is precies wat IT zou moeten zien te voorkomen. IT moet mensen blij maken, de wereld een beetje mooier maken. En dat krijg je niet voor niets. Teveel alleen maar over informatie praten helpt in ieder geval niet. Een hele dag was wat mij betreft een beetje teveel van het goede. En zo reed ik aan het eind van de dag naar huis.

November

November is mijn minst favoriete maand. Koud, donker, en vooral: het duurt nog veel te lang voor het weer beter wordt. In tegendeel, het wordt eerst nog donkerder, nog kouder, nog natter… het vooruitzicht alleen al stemt mij niet vrolijk. Wat te doen? Denken aan een warm vakantieland? Dat helpt zeker. Eventjes dan. Of luisteren naar:

Ook dat helpt niet voor lang. De kachel hoger zetten? Spinnende poezen op tafel terwijl je een boek of de krant leest, of gewoon wat aan het rondsurfen bent op internet?

Zucht…ik verzin van alles en morgen…morgen is het weer korter licht. Ik kijk naar het weerbericht, en hoopvol kijk ik of de temperatuur de komende paar weken nog een beetje rond de 10 graden blijft. Met een zonnetje erbij is het dan nog best aardig. Maar vergeleken met april of mei, wanneer het nieuwe jaar voluit aan de gang is en de stoelen niet alleen buiten staan maar je er ook op kunt zitten zonder te verstenen…ja, dat zijn meer mijn maanden. En dan moet de zomer nog komen…

Er is geen andere optie dan de tijd maar uit te zitten. Ik ben jaloers op de vogels die hier al druk aan het rondfladderen zijn om over niet al te lange tijd naar het warme zuiden te trekken. Verrek! Dat is nog eens een idee. Het klinkt een beetje sullig, overwinteren in Spanje of Portugal. Maar als die vogels het doen, waarom doen wij mensen dat dan niet op grote schaal? Toch nog maar eens over denken.

Nieuwe technologie en werkgelegenheid

Ik heb het hier al vaker geschreven; ik ben een techno-optimist. Ik geloof dus in de meerwaarde van technologie en ook dat die meerwaarde de negatieve gevolgen die technologie ook zeker kan hebben (en heeft) verre overstijgt.

Dit weekend las ik een boek met de titel “Alles wordt anders”. Het is een titel die mij de gordijnen in jaagt. Natuurlijk leven we in een tijd van verandering. Maar de komst van de eerste stoommachine, het eerste vliegtuig, elektriciteit, penicilline en zo kan ik nog wel even doorgaan, hebben de wereld ook behoorlijk opgeschud. Ik vind juist dat het in deze tijd soms opvallend langzaam gaat. Kijk maar eens naar een computer uit de jaren 80: een scherm, toetsenbord en een muis. En kijk eens waar nu nog steeds heel veel mensen mee werken… Zeker, je kunt met computers nu veel meer. Maar het valt me toch op dat het nog steeds draait om hardware, software en databases. Allemaal groter en mooier. Maar essentieel anders? Tja…

We staan echter zeker voor flinke veranderingen. De toepassing van technologie, en dan heb ik het hier over computertechnologie, begint langzamerhand maatschappelijk flink om zich heen te grijpen. In de financiële wereld zijn in Nederland alleen al de afgelopen jaren tienduizenden banen verdwenen. De verwachting is dat dit aantal in andere sectoren de komende jaren behoorlijk kan oplopen. Gekscherend wordt wel eens gezegd dat als je werk bestaat uit achter een computer zitten en op een muis klikken, je baan over enige jaren niet meer bestaat.

Zoals gezegd kreeg ik de kriebels van de titel van het boek dat ik las. Maar de inhoud viel me reuze mee. Door schrijver Dik Bijl worden zeven nieuwe technologieën beschreven en uiteindelijk eindigt het boek met een weergave van de mogelijke gevolgen. De schrijver geeft tot slot een aardige oplossing. Deze wordt wel vaker geschetst en is daarom niet erg origineel: als het werk verdwijnt, dan moet iedereen maar een basisinkomen krijgen.

Zelf weet ik niet of een basisinkomen wel de oplossing is. Ik heb eigenlijk een andere gedachte over het fenomeen dat computers een flink deel van het huidige werk zullen overnemen. Waarbij het heel onzeker is of er ander werk voor in de plaats komt. In de 19e eeuw werkten mensen namelijk veel meer uren dan vandaag de dag. En ze waren naar hedendaagse maatstaven merendeels straatarm. Op dit moment werken we gemiddeld zo’n 30-40 uur en zijn veel rijker, leven langer en zijn gezonder. Wat dus te doen met technologie die ons in de toekomst nog meer werk uit handen neemt? Alleen maar toejuichen zou ik zeggen. En het werk dat overblijft, wat helemaal niet door computers gedaan kan worden, ook in de toekomst niet, netjes verdelen. Werken we misschien nog maar 10 uur in de week. En hopelijk, de lijn doortrekkend van het verleden naar de toekomst, zijn we dan nog rijker. En gezonder. En wie weet hoe lang we dan leven. Ik vind het geen gekke gedachte en zeker niet beangstigend. Deze toekomst mag van mij morgen beginnen.

Help, mijn man is een klusser!

Help, mijn man is een klusser! schijnt een grappig tv-programma te zijn. Ik ken het nauwelijks. En toch kwam de titel verrassend goed van pas toen we dit ooievaarsnest bij ons in de buurt passeerden:

Ik ga er, tamelijk seksistisch maar ik vrees ook tamelijk realistisch, vanuit dat een nest bouwen bij ooievaars een mannenaangelegenheid is. Dat is niet altijd zo. We zien hier in de buurt vaak stelletjes meerkoeten die gezamenlijk een tijdje aan een nest bouwen. Prompt enige weken later zijn er eieren in te vinden en even daarna zwemmen de kleine koetjes rond.

Terug naar de ooievaars. Deze doen vaak dappere pogingen een fraai nest te bouwen. Soms is het pakket takken zo dik dat we bang zijn dat de paal eronder gaat bezwijken. Of het hele nest met een grote windvlaag van de paal af wordt geblazen. Bovenstaande ooievaar had zich er zo te zien makkelijk vanaf gemaakt. Maar toch had hij daarna een vrouwtje gevonden die dat kennelijk niet zo’n probleem vond. En de jongen? Die zijn daar geboren, opgegroeid en inmiddels uitgevlogen. Ik ben benieuwd of hun nest er volgend jaar net zo uit zal gaan zien als dat van hun ouders.